In Vragender verandert een vertrouwd dorpsbeeld langzaam van betekenis. De Sint Antonius van Paduakerk blijft staan waar die altijd stond, maar binnenin komt iets anders terug dan missen en vieringen. Er worden woningen gemaakt. Dat is geen los voorval. Op meer plekken in de Achterhoek schuift het gebruik van oude gebouwen op, terwijl de buitenkant vaak nog hetzelfde lijkt.
Dat zie je niet alleen in kerkdorpen. Ook op erven in het buitengebied en op oude fabrieksterreinen speelt dezelfde vraag. Wat doe je met een gebouw dat zijn oorspronkelijke functie kwijt is, maar nog wel bij de plek hoort? In de Achterhoek gaat het dan vaak over kerken, boerderijen en industrieel erfgoed.
De opgave is groot. Voor 2035 wordt in de regio leegstand verwacht ter grootte van 200 tot 250 voetbalvelden. Dan gaat het niet om een paar panden die toevallig vrijkomen, maar om een verandering die in veel gemeenten tegelijk zichtbaar wordt.
Leegstand raakt steeds meer bekende gebouwen
Wie door Doetinchem, Winterswijk, Berkelland of Oude IJsselstreek rijdt, ziet gebouwen die het verhaal van een dorp of buurtschap mee dragen. Een kerk aan het plein, een boerderij aan een zandweg, een fabriekspand langs de Oude IJssel. Juist die panden komen vaker onder druk te staan door vergrijzing, veranderend gebruik en leegstand.
Slopen is lang niet altijd een logische stap. Veel gebouwen hebben cultuurhistorische waarde of zijn beeldbepalend voor hun omgeving. Daarom kijken gemeenten, eigenaren en erfgoedorganisaties steeds vaker naar herbestemming. Niet om een gebouw koste wat kost te bewaren, maar om te zoeken naar een gebruik dat past bij deze tijd.
Daarvoor lopen in de regio al langer gezamenlijke trajecten. Het Cultuur- en Erfgoedpact Achterhoek brengt gemeenten bij elkaar rond erfgoedbeleid. In de Regio Deal Achterhoek was leegstand ook een onderwerp. Daarnaast wordt leegstand gevolgd met GiDs, zodat eerder duidelijk wordt waar problemen ontstaan.
Dat klinkt beleidsmatig, maar het gaat uiteindelijk over heel concrete plekken. In Doetinchem zijn daar voorbeelden van te zien, zoals ‘t Brewinc en het oude postkantoor. In Wehl kreeg de silo een nieuwe invulling. Zulke projecten laten zien dat herbestemming in de praktijk vaak begint met een simpel inzicht: het gebouw staat er al, dus de vraag is wat er nog wél kan.
Kerken verliezen hun oude functie, maar niet hun plek
Bij kerken wordt de verandering misschien het duidelijkst gevoeld. Door ontkerkelijking neemt het aantal vieringen af en komen gebouwen leeg of deels leeg te staan. Dat is in de Achterhoek geen abstract verhaal. In veel dorpen is de kerk nog altijd een herkenningspunt, ook voor mensen die er al jaren niet meer komen.
Juist daarom ligt herbestemming gevoelig. Voor de een is het vooral een praktisch vraagstuk. Hoe voorkom je verval en leegstand? Voor de ander speelt ook de emotionele kant mee. Een kerk is meer dan een stapel stenen. Er zijn uitvaarten geweest, huwelijken gesloten, generaties gedoopt. Die twee kanten lopen vaak door elkaar in de discussie.
In Berkelland wordt al langer rekening gehouden met een toekomst waarin kerkgebouwen hun religieuze functie grotendeels verliezen. Dan komt de vraag snel dichterbij. Wat past er in zo’n gebouw? En wat accepteert een dorp?
De antwoorden verschillen per plek. Soms wordt gedacht aan wonen, soms aan cultuur, ontmoeting of horeca. Een standaardoplossing is er niet. Een kerk laat zich niet eenvoudig opdelen zoals een kantoorpand. De maat van het gebouw, de lichtinval, de constructie en de plek in het dorp bepalen veel.
In Vragender is die stap inmiddels concreet. De Sint Antonius van Paduakerk krijgt een nieuwe bestemming met negen woningen. Daarmee verandert het gebruik ingrijpend, terwijl het gebouw zelf onderdeel van het dorp blijft. Dat is vaak de kern van herbestemming: niet alles behouden zoals het was, maar ook niet weggooien wat een plek herkenbaar maakt.
Op het platteland verandert het erf mee
Buiten de dorpskernen speelt een vergelijkbare ontwikkeling. In gemeenten als Bronckhorst, Berkelland en Winterswijk verandert het agrarische landschap al jaren. Bedrijven stoppen, schuren verliezen hun functie en boerderijen komen leeg te staan of krijgen een andere rol.
Dat raakt de Achterhoek direct, omdat boerderijen en erven sterk verbonden zijn met het landschap. Ze staan niet op zichzelf. Ze horen bij houtwallen, toegangswegen, bijgebouwen en de manier waarop het land is ingericht. Als zo’n erf leegloopt, verandert dus niet alleen een pand, maar ook het beeld van de omgeving.
Daarom wordt in de regio gewerkt aan projecten rond agrarisch erfgoed en erftransformatie. Het gaat dan niet alleen om restauratie, maar ook om de vraag hoe een erf bruikbaar blijft zonder dat het karakter verdwijnt. Soms wordt een boerderij woningbouw. Soms komt er kleinschalig werk of zorg. Soms ligt de nadruk juist op onderhoud, zodat verval wordt voorkomen.
Bij Hackfort is dat zichtbaar rond boerderij Vogelensang, waar de renovatie op stapel staat. Zulke projecten laten zien dat behoud vaak begint met investeren in de basis. Dak, kozijnen, indeling, erfopzet. Pas daarna komt de vraag welke functie echt haalbaar is.
In Miste, bij Winterswijk, krijgt een oude school een nieuwe invulling met woningen voor jong en oud. Het is geen boerderij, maar wel een voorbeeld uit het landelijk gebied waar hergebruik aansluit op wat een kern nodig heeft. Niet elk gebouw hoeft terug te keren als museumstuk. Soms is gewoon goed wonen de meest logische vorm van behoud.
Ook kleiner onderhoud telt mee. De Boerderijenstichting Achterhoek vernieuwde honderden luiken bij tientallen boerderijen. Dat haalt zelden de grote koppen, maar het zegt wel iets over hoe erfgoedbehoud in de praktijk werkt. Niet elk pand wacht op een grote transformatie. Veel gebouwen hebben vooral baat bij regelmatig en zorgvuldig onderhoud.
In Winterswijk is er ook aandacht voor agrarische erven via Stichting (Jong) WCL Winterswijk, die een Faro-subsidie kreeg. Daarmee blijft het niet bij plannen op papier, maar komt er ruimte voor concrete stappen.
Oude fabriekspanden krijgen een nieuw gebruik
De Achterhoek heeft meer erfgoed dan kerken en boerderijen. Langs de Oude IJssel en in plaatsen met een industrieel verleden staan fabriekspanden, silo’s en hallen die herinneren aan werk, productie en groei. Als die functie verdwijnt, blijven vaak stevige gebouwen over op markante plekken.
Ulft is daarvan een bekend voorbeeld. Het DRU-terrein laat zien hoe een industrieel complex een andere rol kan krijgen zonder zijn verleden uit te wissen. Het gebied is niet bewaard als decorstuk, maar opnieuw in gebruik genomen. Dat maakt het voor veel gemeenten interessant: je kunt geschiedenis zichtbaar houden en tegelijk iets toevoegen dat nu werkt.
Ook buiten de Achterhoek zijn daar voorbeelden van, maar voor dit verhaal gaat het om de streek zelf. Daarom is het goed om scherp te blijven op de kaart. Haaksbergen wordt soms in één adem genoemd met Achterhoekse voorbeelden, maar ligt in Twente en hoort daar dus niet bij. Als het over herbestemming in de Achterhoek gaat, vallen die voorbeelden af.
Binnen de regio zelf zijn er genoeg plekken om naar te kijken. In Doetinchem en Wehl zie je hoe voormalige bedrijfsgebouwen een andere functie krijgen. In Oude IJsselstreek laat het DRU-gebied zien dat industrieel erfgoed niet vast hoeft te zitten aan nostalgie. Het kan ook een nieuwe economische of maatschappelijke rol krijgen.
Dat vraagt wel om keuzes. Een fabriekspand is vaak groot, technisch lastig en duur in onderhoud. Voorstanders van behoud wijzen op de geschiedenis en de kwaliteit van zulke gebouwen. Tegenstanders kijken eerder naar kosten, haalbaarheid en de vraag of nieuwbouw soms eenvoudiger is. Beide standpunten zijn begrijpelijk. Juist daarom duurt herbestemming vaak lang.
De regio probeert eerder in te grijpen
Wat opvalt in de Achterhoek, is dat leegstand niet meer alleen wordt bekeken als een probleem dat pas begint als de ramen dichtgetimmerd zijn. Gemeenten en organisaties proberen eerder zicht te krijgen op gebouwen die kwetsbaar worden. Dat geeft meer tijd om opties te verkennen met eigenaren, omwonenden en initiatiefnemers.
Die aanpak is nodig, want de opgave speelt breed. Niet in één plaats en niet bij één type pand. In Vragender gaat het om een kerk. Bij Hackfort om een boerderij. In Ulft om industrieel erfgoed. In Doetinchem om markante gebouwen in de stad. Overal is de vraag anders, maar de onderliggende beweging is dezelfde: functies verdwijnen, gebouwen blijven.
Dat betekent ook dat herbestemming niet altijd een succesverhaal wordt. Soms lukt het niet om financiering rond te krijgen. Soms botst een plan met de monumentale waarde van een pand. Soms wil een dorp iets anders dan een eigenaar. Dat hoort bij dit soort trajecten. Niet elk gebouw krijgt vanzelf een tweede leven.
Toch zijn de eerste antwoorden in de Achterhoek al zichtbaar. Achter oude gevels ontstaan woningen, werkplekken of ontmoetingsruimtes. Soms voorzichtig, soms ingrijpend. Wie goed kijkt, ziet dat erfgoed hier niet alleen over vroeger gaat. Het gaat ook over de vraag hoe dorpen, erven en oude bedrijventerreinen bruikbaar blijven voor de mensen die er nu wonen.
FAQ
Waarom staat erfgoed in de Achterhoek onder druk?
Vooral door leegstand, vergrijzing en veranderingen in landbouw, kerkelijk leven en bedrijvigheid. Daardoor verliezen gebouwen hun oude functie.
Welke gebouwen vragen het vaakst om herbestemming?
Vooral kerken, boerderijen en industrieel erfgoed. Dat zijn ook vaak de panden die het straatbeeld of landschap sterk bepalen.
Is herbestemming altijd de beste oplossing?
Niet per se. Soms is hergebruik haalbaar, soms niet. Kosten, monumentale eisen, draagvlak en locatie spelen allemaal mee.
Welk voorbeeld is er in Vragender?
De Sint Antonius van Paduakerk wordt verbouwd tot negen woningen. Zo blijft het gebouw behouden, maar met een andere functie.
Wat gebeurt er met oude boerderijen in de Achterhoek?
Dat verschilt per erf. Sommige krijgen een woonfunctie, andere worden opgeknapt of krijgen een nieuwe invulling die past bij het buitengebied.
Waarom zijn voorbeelden uit Haaksbergen hier weggelaten?
Omdat Haaksbergen in Twente ligt en niet in de Achterhoek. Voor regionale accuratesse horen die voorbeelden niet in een artikel over de Achterhoek thuis.

Geef een reactie