Wie bij Ulft over de brug kijkt, ziet geen brede rivier waar grote schepen af en aan varen. De Oude IJssel oogt rustig. Toch heeft juist dit water de streek lang richting gegeven. Langs de oevers werd gewerkt, geladen, gestookt en vervoerd. Dorpen als Gendringen, Ulft en Terborg groeiden er niet toevallig naast op. Ook Doetinchem, Laag-Keppel en Doesburg hebben hun eigen hoofdstuk aan deze rivier te danken.
De Oude IJssel begint in Duitsland, ten zuiden van Borken, waar de rivier Issel heet. Via de Achterhoek stroomt ze naar Doesburg, waar ze uitkomt in de IJssel. Onderweg loopt ze door de gemeenten Oude IJsselstreek, Doetinchem en Bronckhorst. Dat lijkt op het eerste gezicht een gewone route op de kaart. In de praktijk was het eeuwenlang een lijn waarlangs handel, nijverheid en dagelijks leven samenkwamen.
De rivier is later op veel plekken aangepast. Bochten verdwenen, oevers werden aangepakt en de waterloop werd beter beheersbaar gemaakt. Maar wie goed kijkt, ziet nog steeds dat dit water ouder is dan de rechte lijnen die mensen erin hebben aangebracht.
Oude IJssel als werk-rivier
De geschiedenis van de Oude IJssel gaat verder terug dan de fabrieken waar de streek vaak mee wordt geassocieerd. Archeologische vondsten bij Doesburg laten zien dat hier al heel vroeg werd gevaren. Dat maakt aannemelijk dat de rivier al in een vroege periode diende als route voor mensen en goederen.
Dat is ook logisch. Een rivier was in deze streek lang meer dan een landschapselement. Ze bood een verbinding in een tijd waarin wegen vaak slecht begaanbaar waren. Wie iets wilde vervoeren, keek naar het water.
Langs de Oude IJssel ontstond zo een netwerk van plaatsen met elk een eigen functie. Doesburg lag gunstig bij de uitmonding in de IJssel. Doetinchem ontwikkelde zich verder landinwaarts als regionaal centrum. Ulft en Terborg kregen later bekendheid door de ijzerindustrie. Laag-Keppel speelde een rol in een eerdere industriële fase. De rivier hield die plaatsen niet letterlijk bijeen, maar maakte contact en uitwisseling wel een stuk eenvoudiger.
Waarom juist hier ijzerindustrie ontstond
Aan de Oude IJssel ontstond een belangrijk deel van de Nederlandse ijzerindustrie. Dat had een duidelijke reden. In deze omgeving waren grondstoffen beschikbaar en de rivier leverde kracht. Stromend water kon machines aandrijven, onder meer de blaasbalgen van hoogovens. Zonder die krachtbron was productie op die schaal lastig voorstelbaar.
In Rekhem verrees in 1689 een vroege hoogoven. In Laag-Keppel volgde er in 1794 een. In Ulft begon in 1754 de ijzerhut die later bekend werd als DRU, voluit Diepenbrock & Reigers Ulft. Terborg kreeg met Vulcaansoord vanaf 1821 ook een vaste plek in dat verhaal. Later kwamen daar bedrijven bij als Gieterij Doesburg en Vulcanus in Doetinchem.
Zo ontstond langs de Oude IJssel een reeks plaatsen waar vakmanschap, grondstoffen en waterkracht samenkwamen. De rivier was daarbij geen achtergrond. Ze maakte het werk mogelijk.
Voor veel Achterhoekers leeft dat verleden nog het sterkst in Ulft. De naam DRU roept nog altijd beelden op van fabriekshallen, arbeid en een tijd waarin een groot deel van het dorp direct of indirect met het bedrijf verbonden was. Rond 1965 werkten er ongeveer 1500 mensen. De producten vonden hun weg ver buiten de streek. Daarmee werd zichtbaar hoe een industrie die aan een rivier begon, kon uitgroeien tot een onderneming met internationale afzet.
Van groei naar stilvallen
De bloeitijd hield geen stand. In de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde de industrie snel. Lokale grondstoffen raakten uitgeput en de concurrentie nam toe. Bedrijven die lang vanzelfsprekend leken, kregen het moeilijk.
Dat was in de Oude IJsselstreek goed merkbaar. De band tussen rivier en industrie werd losser. Waar het water eerst direct onderdeel was van het productieproces, bleef later vooral het landschap van hallen, terreinen en kades over. Het werk verdween niet in één keer, maar de richting was duidelijk.
Toen de laatste grote industriële activiteiten verdwenen, bleef de vraag wat er met dat erfgoed moest gebeuren. In Ulft kreeg het terrein van de DRU een nieuwe bestemming. Het DRU Industriepark is nu een plek voor cultuur, ontmoeting en evenementen. Daarmee is het verleden niet weggepoetst. Het staat er nog, maar in een andere vorm.
Dat maakt de geschiedenis van de Oude IJssel tastbaar. Je hoeft er geen archief voor in. Een wandeling langs het terrein in Ulft of door de omgeving van Laag-Keppel laat al zien hoe diep de industrie in deze streek heeft gezeten.
Scheepvaart op een rivier die niet altijd meewerkte
De Oude IJssel was niet alleen van belang voor fabrieken. Er werd ook gevaren. Dat ging alleen niet zonder problemen. De rivier was ondiep en op sommige plekken lastig bevaarbaar. Wie haar als transportweg wilde gebruiken, liep tegen praktische grenzen aan.
Doesburg zag al vroeg het belang van die route. In 1594 vroeg de stad octrooi aan voor scheepvaart richting Bocholt. Dat laat zien dat men de rivier serieus nam als verbinding met het achterland en over de grens. Tegelijk werd er tol geheven. Varen over de Oude IJssel was dus niet alleen een kwestie van water en boot, maar ook van rechten, onderhoud en bestuur.
Bij Keppel ontstonden conflicten over het gebruik van de rivier. De molen daar vormde een hindernis voor de scheepvaart. In 1638 leidde dat zelfs tot een proces. Zulke botsingen maken duidelijk dat een rivier meerdere functies tegelijk had. Wat goed was voor de ene gebruiker, zat de ander soms in de weg.
In 1763 kwamen er bij Keppel een schutsluis en een ophaalbrug. Dat moest de doorvaart verbeteren. Toch bleef de Oude IJssel een bescheiden vaarweg. Grote scheepvaart kwam er niet op gang. Bij Doesburg moest lading vaak worden overgeladen op andere schepen voor verder vervoer via de IJssel.
Juist daarin zit iets kenmerkends. De rivier was belangrijk, maar kende grenzen. Ze bood kansen, al vroeg ze ook om geduld, aanpassing en extra werk.
Doetinchem, Doesburg en de dorpen ertussen
Wie de loop van de Oude IJssel volgt, ziet hoe verschillend de plaatsen aan het water zijn. Gendringen, Ulft en Terborg vormen samen het gebied waar de ijzerindustrie diep in de samenleving doordrong. In Ulft is dat nog het duidelijkst zichtbaar. Terborg hoort met Vulcaansoord nadrukkelijk bij dezelfde geschiedenis.
Doetinchem had weer een andere rol. De stad groeide uit tot een belangrijk centrum in de Achterhoek en kreeg met Vulcanus ook een plek in de industriële ontwikkeling langs de rivier. Laag-Keppel verwijst naar een oudere fase, toen waterkracht nog direct aan de techniek was gekoppeld.
Doesburg ligt op het punt waar de Oude IJssel uitmondt in de IJssel. Dat maakte de stad van belang voor overslag, handel en doorvoer. Doesburg ligt aan de rand van de Achterhoek en wordt er vaak mee verbonden, maar heeft ook een eigen positie als oude vesting- en handelsstad. Voor de riviergeschiedenis is die plek in elk geval cruciaal.
Samen vormen deze plaatsen geen losse rij namen. Ze laten zien hoe een rivier een streek kan verbinden zonder zelf groot te zijn.
De Oude IJssel van nu
Tegenwoordig heeft de Oude IJssel een ander gezicht. Ze voert water af, biedt ruimte aan recreatie en trekt wandelaars, kanoërs en mensen die gewoon even langs de oever willen zitten. In de zomer zie je op sommige stukken suppers en kleine boten. Dat beeld staat ver af van de tijd van hoogovens en gieterijen, maar het water is hetzelfde gebleven.
Toch is het verleden niet verdwenen onder een laag recreatie. In Ulft blijft de link met de industrie zichtbaar. In Terborg en omgeving werkt de geschiedenis door in gebouwen en verhalen. In Doesburg herinnert de monding nog altijd aan vervoer en overslag. En in Laag-Keppel is de oudere band tussen water en techniek nog goed voorstelbaar.
De Oude IJssel Achterhoek is daarmee geen verhaal van alleen vroeger. Het is ook een manier om naar de streek van nu te kijken. Veel wat vanzelfsprekend lijkt, van dorpsgroei tot werkgelegenheid en verbindingen tussen plaatsen, hangt samen met deze rivier.
Misschien is dat wel de kern. De Oude IJssel is geen imposante stroom die alles overheerst. Ze heeft de Achterhoek juist op een stillere manier gevormd. Niet met groot vertoon, maar door eeuwenlang bruikbaar te zijn.
Veelgestelde vragen
Waar stroomt de Oude IJssel door de Achterhoek?
De rivier loopt door de gemeenten Oude IJsselstreek, Doetinchem en Bronckhorst. Bekende plaatsen aan de Oude IJssel zijn Gendringen, Ulft, Terborg, Doetinchem en Laag-Keppel.
Waar begint en eindigt de Oude IJssel?
De bron ligt in Duitsland, ten zuiden van Borken. De rivier mondt bij Doesburg uit in de IJssel.
Waarom was de Oude IJssel belangrijk voor de ijzerindustrie?
Het stromende water leverde kracht voor de blaasbalgen van hoogovens. In combinatie met aanwezige grondstoffen maakte dat ijzerproductie langs de rivier mogelijk.
Welke plaatsen horen bij de geschiedenis van de ijzerindustrie aan de Oude IJssel?
Vooral Ulft, Terborg en Laag-Keppel spelen daarin een grote rol. Ook Doetinchem en Doesburg kregen later belangrijke gieterijen.
Was de Oude IJssel een grote vaarroute?
Nee, de rivier was bruikbaar voor scheepvaart, maar bleef beperkt door ondiepte en hindernissen. Daardoor moest lading bij Doesburg vaak worden overgeladen.
Waar is dat verleden nu nog te zien?
Het duidelijkst bij het DRU Industriepark in Ulft. Ook langs de rivier in plaatsen als Terborg, Laag-Keppel en Doesburg zijn sporen van dat verleden terug te vinden.

Geef een reactie