Langs de Oude IJssel oogt het landschap rustig. Water, weilanden, dorpen. Wie tussen Doetinchem, Wehl, Didam en Gendringen onderweg is, ziet niet meteen dat hier ook een Romeinse laag in de bodem zit. Geen muur die nog overeind staat, geen forumplein. Wel sporen van bewoning, metaalbewerking, handel en begraven. Juist die losse vondsten maken samen duidelijk dat de Achterhoek in de Romeinse tijd geen lege rand was.
Dat beeld komt niet uit één spectaculaire opgraving. Het groeit uit plekken als Zelhem, Wehl, Didam en Zeddam, waar archeologen resten van nederzettingen, munten, aardewerk en ijzerbewerking vonden. Zo ontstaat een verhaal van mensen die hier woonden en werkten, in contact met een grotere wereld.
Zelhem: kleine vondsten, duidelijke sporen
In Zelhem zijn bewoningssporen uit de Romeinse tijd gevonden. Dat lijkt misschien bescheiden, maar voor archeologen zijn juist zulke resten belangrijk. Ze laten zien dat hier echt mensen leefden. Niet alleen een voorwerp dat ooit is verloren, maar sporen van een plek waar gewoond werd.
Daarbij horen ook twee fibula’s, mantelspelden dus. Zulke voorwerpen brengen het verleden dichtbij. Iemand heeft ze gedragen, vastgemaakt aan kleding, gebruikt in het dagelijks leven. Dat maakt een periode van bijna tweeduizend jaar oud ineens minder abstract.
In Zelhem zijn ook aanwijzingen gevonden voor een ijzersmederij. Dat past bij wat op meer plekken in deze streek zichtbaar wordt: bewoning en metaalbewerking lagen geregeld dicht bij elkaar. De opgravingen in Zelhem vonden plaats in 2001, 2003, 2004 en 2007.
Langs de Oude IJssel ligt veel van het verhaal
Wie naar de Romeinse tijd in de Achterhoek kijkt, komt al snel uit bij het gebied rond de Oude IJssel. Daar zijn op meerdere plaatsen sporen van nederzettingen gevonden. In Doetinchem gaat het om bewoningssporen uit de Romeinse tijd. In Zeddam zijn eveneens resten van nederzettingen uit die periode aangetroffen.
Los van elkaar zijn dat afzonderlijke meldingen. Samen laten ze iets groters zien: een bewoond landschap. Mensen verbleven hier niet kortstondig, maar hadden er erven, werkplekken en waarschijnlijk verbindingen met andere nederzettingen in de omgeving.
Dat is ook logisch. Rivieren en beekdalen trokken bewoning aan. Ze boden water, routes en grondstoffen in de buurt. Voor de Achterhoek lijkt de zone langs de Oude IJssel daarom een belangrijk gebied om de Romeinse tijd te begrijpen.
Wehl: ijzer, aardewerk en een grafveld
In Wehl, op Hessenveld, is in 1995 een nederzetting uit de derde en vierde eeuw vastgesteld. Die vindplaats laat goed zien hoe het leven in deze streek eruit kan hebben gezien. Hier zijn sporen van ijzerwinning gevonden, naast Romeins aardewerk en munten.
Dat zegt iets over de plek. IJzerwinning wijst op productie in de streek zelf. Het aardewerk en de munten laten zien dat er contact was met de Romeinse wereld. Dat hoeft niet te betekenen dat hier Romeinen woonden. Het laat wel zien dat goederen, technieken en invloeden deze kant op kwamen.
In Wehl is ook een grafveld met urnen gevonden. Daardoor wordt de vindplaats meer dan alleen een werk- of woonplek. Wonen, werken en begraven lagen hier in elkaars nabijheid. Dat geeft een concreter beeld van hoe een nederzetting functioneerde.
Voor de Achterhoek is Wehl daarom een belangrijke plek. Niet omdat er een fort stond, maar juist omdat de vondsten laten zien hoe een gewone nederzetting in de Romeinse tijd verbonden kon zijn met bredere netwerken.
Didam: veel vondsten op één plek
Bij Didam, op Kollenburg, kwamen in 2001 tientallen Romeinse munten aan het licht. Die lopen van Nerva tot Magnus Maximus. Zo’n reeks wijst erop dat deze plek over langere tijd in gebruik was of in elk geval over een lange periode sporen heeft opgeleverd.
Daar bleef het niet bij. In Didam zijn ook dakpannen, natuursteen, glas en sieraden gevonden. Dat zijn vondsten die iets zeggen over dagelijks gebruik, bouwmateriaal en de spullen die in omloop waren.
Een paar objecten springen eruit. Er werd een bronzen everzwijntje gevonden, een beeldje van Minerva en een dodecaëder. Zulke voorwerpen roepen meteen vragen op. Waren ze religieus van betekenis, decoratief of onderdeel van iets anders? Op dat soort vragen is niet altijd een sluitend antwoord te geven, maar ze laten wel zien dat Kollenburg meer was dan een plek met alleen huis-, tuin- en keukenspullen.
Belangrijk is ook dat in Didam een smid actief was die werkte met ijzer, brons en goud. Dat wijst op gespecialiseerd handwerk. Zo’n plek vraagt om kennis, materiaal en contacten. Daarmee krijgt Didam een stevige plaats in het verhaal van de Romeinse tijd in de Achterhoek.
Gendringen en andere losse vondsten
Niet elke vondst komt uit een complete nederzetting. Soms vertelt één voorwerp al genoeg om te laten zien dat de Romeinse wereld deze streek bereikte. In Gendringen werd in 1839 een bronzen schaal of bekken gevonden van 45 centimeter.
Zo’n object zegt op zichzelf niet alles over de plek waar het opdook. Toch laat het zien dat Romeinse voorwerpen in deze omgeving terechtkwamen en in de bodem bewaard bleven. Dat geldt voor meer losse vondsten in de regio. Ze vormen geen compleet dorp op de kaart, maar samen geven ze wel richting aan het grotere verhaal.
De Romeinse tijd in de Achterhoek wordt daarom vaak zichtbaar in fragmenten. Een mantelspeld hier, een munt daar, een spoor van ijzerbewerking verderop. Juist door die stukken naast elkaar te leggen, wordt het beeld helderder.
Geen rechte lijn, wel een patroon
Wie op zoek is naar één groot Romeins centrum in de Achterhoek, komt bedrogen uit. De streek laat een ander beeld zien. Geen stad met monumenten, maar een netwerk van nederzettingen en werkplekken. De vondsten wijzen op bewoning, ambacht en contact met gebieden waar de Romeinse aanwezigheid sterker zichtbaar was.
Dat patroon zie je terug in Zelhem, Wehl, Didam, Doetinchem, Zeddam en Gendringen. Op de ene plek gaat het om bewoningssporen, op de andere om munten of metaalbewerking. Samen maken ze duidelijk dat de streek niet buiten beeld lag.
Daarmee is ook iets gezegd over de aard van de Romeinse invloed hier. Die was in de Achterhoek minder direct zichtbaar dan dichter bij de Rijn, maar wel merkbaar in handel, voorwerpen en technieken. De regio stond niet los van wat elders gebeurde.
En hoe zit het met Winterswijk?
Winterswijk hoort vanzelfsprekend bij de Achterhoek, maar in dit overzicht spelen vooral vindplaatsen langs en rond de Oude IJssel de hoofdrol. De concrete voorbeelden die hier genoemd worden, komen uit andere delen van de streek.
Dat is op zichzelf al veelzeggend. De vondsten concentreren zich niet gelijkmatig over de hele Achterhoek, maar vooral in zones waar bewoning, grondstoffen en verbindingen samenkwamen. Langs de Oude IJssel is dat patroon het duidelijkst zichtbaar.
Wie daar nu rijdt, ziet een landschap dat door de eeuwen heen veranderde, maar niet leeg begon. Onder akkers, erven en wegen liggen resten van huizen, graven, smidswerk en voorwerpen die ooit gewoon in gebruik waren. Dat maakt de Romeinse tijd in de Achterhoek misschien minder opvallend aan de oppervlakte, maar niet minder echt.
FAQ
Wat is er uit de Romeinse tijd gevonden in Zelhem?
In Zelhem zijn bewoningssporen gevonden, samen met twee fibula’s. Er zijn ook aanwijzingen voor een ijzersmederij.
Welke plaatsen in de Achterhoek leverden Romeinse vondsten op?
In dit overzicht gaat het om Zelhem, Doetinchem, Wehl, Didam, Zeddam en Gendringen.
Waarom is Wehl belangrijk?
In Wehl is een nederzetting uit de derde en vierde eeuw gevonden, met sporen van ijzerwinning, Romeins aardewerk, munten en een grafveld met urnen.
Wat maakt Didam bijzonder?
Bij Kollenburg in Didam zijn veel verschillende vondsten gedaan: tientallen munten, dakpannen, glas, sieraden en bijzondere objecten zoals een beeldje van Minerva en een dodecaëder.
Was de Achterhoek in de Romeinse tijd een leeg grensgebied?
Nee. De vondsten wijzen op bewoning, ambacht en contact met de Romeinse wereld, vooral langs de Oude IJssel.

Geef een reactie