Tussen het Simonsplein en de Hamburgerstraat zie je het in een paar minuten lopen gebeuren. In het ei van Doetinchem zitten nog altijd winkels, terrassen en looproutes die veel mensen kennen. Tegelijk staan er panden leeg of krijgen ze een andere functie. Precies daar wordt zichtbaar wat in de hele Achterhoek speelt: centra blijven belangrijk, maar ze veranderen van karakter.
Dat geldt niet alleen voor Doetinchem. Ook in Winterswijk, Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Montferland, Oost Gelre en Oude IJsselstreek speelt dezelfde vraag. Hoe houd je een centrum levendig als er minder behoefte is aan winkelruimte? In plaatsen als Groenlo, Lichtenvoorde, Borculo, Ruurlo, Vorden, Eibergen, Neede, ‘s-Heerenberg, Ulft, Varsseveld, Zelhem, Dinxperlo en Bredevoort komt die discussie telkens terug. Soms gaat het over leegstand. Soms over supermarkten. Vaak over de vraag welke functies in het hart van een dorp of stad moeten blijven.
Waarom winkelcentra in de Achterhoek veranderen
Een centrum was in de Achterhoek nooit alleen een plek om iets te kopen. Het was ook de plek waar je elkaar tegenkwam, even de markt opliep of meerdere boodschappen combineerde. Dat maakt de verandering voelbaar. Als winkels verdwijnen, verandert niet alleen het aanbod, maar ook het straatbeeld en het dagelijks gebruik van een kern.
De verschuiving komt niet uit de lucht vallen. Online winkelen heeft veel veranderd. Voor kleding, elektronica en andere niet-dagelijkse aankopen wijken consumenten makkelijker uit naar een webwinkel. Daardoor neemt de druk op fysieke winkelmeters toe, vooral op plekken waar minder passanten komen.
Daar komt nog iets bij. Winkels zijn door de jaren heen groter geworden. Dat betekent in de praktijk: minder zaken, maar wel meer vierkante meters per vestiging. Voor veel dorpsstraten is dat lastig op te vangen. Niet elk pand past bij de eisen van een moderne winkel. En niet elke straat houdt genoeg aanloop om alle meters gevuld te houden.
De economische tegenwind van eerdere crisisjaren werkte dat proces verder in de hand. Leegstand liep op, ondernemers werden voorzichtiger en gemeenten moesten opnieuw nadenken over hun centrumbeleid.
De cijfers achter winkelleegstand in de Achterhoek
Wie naar de omvang kijkt, ziet dat het niet om een klein verschijnsel gaat. In de regio gaat het om ongeveer 600.000 vierkante meter winkelvloeroppervlak, verdeeld over zo’n 1.960 winkels. Daarnaast stond circa 88.000 vierkante meter leeg, verspreid over ongeveer 350 panden.
Het leegstandspercentage kwam daarmee uit op ongeveer 14,7 procent van het totale winkelvloeroppervlak. Dat ligt duidelijk hoger dan het landelijke gemiddelde. De Achterhoek staat daarin niet op zichzelf, maar de gevolgen zijn hier vaak sneller zichtbaar. De regio is minder dichtbevolkt dan de Randstad en sommige kernen hebben al langer te maken met druk op voorzieningen.
Dat maakt de opgave concreet. Een leeg pand in een aanloopstraat is niet alleen een statistiek. Het beïnvloedt de route van bezoekers, de uitstraling van een straat en soms ook het vertrouwen van ondernemers in de buurt.
Doetinchem als voorbeeld van een compacter centrum
Doetinchem laat goed zien hoe gemeenten proberen bij te sturen. De binnenstad heeft een compacte historische kern, bekend als het ei van Doetinchem. Juist in zo’n overzichtelijk centrum wordt snel duidelijk welke plekken sterk blijven en welke onder druk staan.
In Doetinchem lag het winkelvloeroppervlak in de detailhandel op ongeveer 189.000 vierkante meter. De leegstand bedroeg daar 16,5 procent. Dat is fors. Tegelijk laat de stad zien welke kant veel gemeenten op denken.
De nadruk verschuift naar concentratie. Niet elke straat hoeft winkelstraat te blijven. Gemeenten zoeken vaker naar manieren om lege panden een andere bestemming te geven. In Doetinchem gebeurt dat onder meer via een transformatieloket, dat eigenaren helpt als een winkelpand wordt omgebouwd naar wonen.
Zo’n keuze verandert de binnenstad stap voor stap. Een pand dat geen winkel meer is, kan weer licht en gebruik terugbrengen in een straat. Voor de ene ondernemer voelt dat als verlies van winkelgebied. Voor een ander is het juist een manier om het centrum sterker en overzichtelijker te maken.
Binnen de dagelijkse detailhandel valt nog iets op. Supermarkten nemen een groot deel van de beschikbare meters in. Dat onderstreept hoe belangrijk boodschappenverkeer is geworden voor de vitaliteit van een centrum. Waar mensen geregeld komen voor dagelijkse aankopen, blijft ook beweging in de omgeving.
Winterswijk kiest voor verblijfskwaliteit
In Winterswijk ligt het accent iets anders, maar de onderliggende vraag is dezelfde. Het centrum is ingericht als voetgangersgebied, met vaste laad- en lostijden. Daarmee is het niet alleen een plek voor boodschappen, maar ook een gebied waar verblijf en openbare ruimte meetellen.
De aanpak in de Misterstraat past daarbij. Vergroening en beter fietsparkeren lijken misschien kleine ingrepen, maar ze zeggen veel over de richting. Als mensen hun aankopen verdelen tussen straat en scherm, moet een centrum meer bieden dan alleen etalages. Dan telt ook of het prettig is om er te lopen, even te blijven of meerdere bezoeken te combineren.
Dat zie je op meer plekken in de Achterhoek terug. Gemeenten kijken niet alleen naar het aantal winkels, maar ook naar de kwaliteit van de openbare ruimte. Een compacter kernwinkelgebied werkt beter als het ook aangenaam en logisch aanvoelt.
Kleine kernen maken andere keuzes
In kleinere plaatsen ligt de nadruk vaak nog sterker op dagelijkse voorzieningen. Daar is minder ruimte voor een breed winkelaanbod, maar juist meer belang bij een herkenbaar centrum waar boodschappen, ontmoeting en basisvoorzieningen bij elkaar zitten.
Gendringen is daarvan een duidelijk voorbeeld. Daar zat een groot deel van de detailhandel geconcentreerd in de Grotestraat. Voor veel dorpen is dat een logische lijn: liever een kortere, duidelijke winkelroute dan verspreide panden met te weinig aanloop.
Die keuzes leveren soms discussie op. Een supermarkt aan de rand van een dorp is voor veel inwoners praktisch. Je kunt er makkelijk parkeren en snel terecht. Tegelijk vrezen anderen dat zo’n verplaatsing het centrum verder verzwakt. Minder bezoekers in het hart van een kern kunnen ook andere winkels en voorzieningen raken.
Daar zit geen simpel antwoord op. Voorstanders van perifere locaties wijzen op gemak en bereikbaarheid. Tegenstanders benadrukken dat een dorpscentrum meer is dan een optelsom van winkels. Gemeenten moeten dus telkens afwegen wat op korte termijn handig is en wat op langere termijn het centrum overeind houdt.
Regionale samenwerking in de Achterhoek
Winkelgedrag stopt niet bij de gemeentegrens. Iemand uit Borculo kan net zo goed in Doetinchem of Winterswijk gaan winkelen. Inwoners van Ruurlo, Vorden, Eibergen of Lichtenvoorde kiezen ook tussen meerdere kernen. Daarom heeft los beleid per gemeente maar beperkte waarde.
Acht Achterhoekse gemeenten werken al langer samen aan afspraken over detailhandel en leegstand. De provincie Gelderland ondersteunt dat regionale beleid. Die samenwerking is vooral bedoeld om te voorkomen dat overal tegelijk nieuwe winkelmeters bijkomen, terwijl de vraag juist afneemt.
Dat is geen theoretische exercitie. Als elke kern uitbreidt, neemt de druk op bestaande centra alleen maar toe. Concentreren is dan een manier om schaarse vraag beter te verdelen. Niet iedereen is daar even blij mee, want het betekent soms dat ambities worden teruggeschroefd. Toch is het voor veel gemeenten een realistischer koers dan blijven bouwen voor een markt die kleiner wordt.
Ook financieel krijgt die lijn steun. In Doetinchem investeerden provincie en gemeente in de versterking van het winkel- en uitgaansgebied. Zulke bedragen laten zien dat centrumbeleid in de Achterhoek niet wordt gezien als bijzaak, maar als onderdeel van leefbaarheid en economie.
Van winkelstraat naar gemengd centrum
De grootste verandering zit misschien niet in het verdwijnen van winkels, maar in wat ervoor terugkomt. Waar vroeger vaak werd gedacht in uitbreiding, gaat het nu vaker over een beter centrum met minder meters. Wonen, zorg, horeca, cultuur en dienstverlening krijgen daardoor meer ruimte.
Dat levert een ander straatbeeld op. Een voormalige winkel wordt een woning. Een aanloopstraat krijgt meer groen. Een plein wordt aantrekkelijker gemaakt om te verblijven. Het centrum wordt dan kleiner als winkelgebied, maar niet per se minder belangrijk.
In Doetinchem is die beweging al zichtbaar in de transformatie van panden. Winterswijk werkt aan de kwaliteit van de openbare ruimte. In Oude IJsselstreek ligt de nadruk op vergroening, beleving en het terugdringen van leegstand. In kleinere kernen blijft de kernvraag steeds dezelfde: welke functies moeten in het centrum blijven om het bruikbaar en levendig te houden?
Wie door de Achterhoek reist, ziet daarom geen streek die haar winkelcentra opgeeft. Eerder het omgekeerde. Gemeenten, ondernemers en vastgoedeigenaren zoeken naar een vorm die past bij minder winkelmeters en ander koopgedrag. Dat gaat langzaam, soms met discussie, maar wel zichtbaar. Straat voor straat, plein voor plein.
FAQ
Hoe verandert de detailhandel in de Achterhoek?
De vraag naar fysieke winkelruimte neemt af, vooral door online winkelen en schaalvergroting. Daardoor ontstaan leegstand, concentratie van winkels en meer transformatie naar andere functies.
Waarom is winkelleegstand in de Achterhoek zo zichtbaar?
De regio heeft relatief veel winkelmeters en minder groeidruk dan dichtbevolkte gebieden. Daardoor vallen lege panden in dorps- en stadscentra sneller op.
Wat doen gemeenten tegen leegstand?
Gemeenten zetten in op compactere centra, herbestemming van winkelpanden, vergroening en regionale afspraken over detailhandel. In Doetinchem gebeurt dat bijvoorbeeld via een transformatieloket.
Welke rol spelen supermarkten in dorpscentra?
Supermarkten trekken veel bezoekers voor dagelijkse boodschappen. Daarom zijn ze voor veel centra belangrijk. Tegelijk ontstaat discussie als zo’n voorziening buiten het centrum komt te liggen.
Is online winkelen de enige oorzaak?
Nee. Internetverkoop speelt een grote rol, maar ook grotere winkels, veranderend koopgedrag en eerdere economische crisisjaren hebben bijgedragen aan de verschuiving.
Welke plaatsen zijn belangrijk in dit verhaal?
Doetinchem en Winterswijk zijn belangrijke winkelkernen in de Achterhoek. Daarnaast speelt de discussie in veel kleinere plaatsen, zoals Aalten, Groenlo, Borculo, Eibergen, Ulft en ‘s-Heerenberg.

Geef een reactie