Langs de Bielheimerbeek en de Akkermansbeek is het stil geworden. Geen hamerslagen meer, geen ovens die dag en nacht branden. Toch ligt juist daar een belangrijk deel van de industriële geschiedenis van de Achterhoek. Wie naar Gaanderen en Terborg kijkt, ziet niet meer de fabrieksterreinen van vroeger, maar wel de sporen van een streek die lang met ijzer en gietwerk verbonden was.
Zonder DRU erbij te halen, komen in dit verhaal drie namen steeds terug: de Rekhemse IJzermolen in Gaanderen, Vulcaansoord tussen Terborg en Gaanderen en Lovink in Terborg. Keijenborg speelt vooral een andere rol. Juist daar bleef de grootschalige ijzerindustrie uit.
Waar de ijzerindustrie in de Oude IJsselstreek begon
De vroege ijzerproductie in de Oude IJsselstreek kwam niet toevallig op deze plek terecht. De streek had water, hout en ijzeroer. Dat waren de voorwaarden om al vroeg ijzer te verwerken, nog voordat de industrie op grotere schaal veranderde door stoomkracht en nieuwe ovens.
In Gaanderen lag een belangrijk beginpunt. Daar richtte Josias Olmius in 1689 de Rekhemse IJzermolen op. Die geldt als de eerste ijzergieterij van Nederland. Dat maakt Gaanderen tot een vroege plek in de geschiedenis van de Nederlandse ijzerbewerking.
De productie was breed. Olmius liet er kogels en granaten maken, maar ook gebruiksvoorwerpen voor het dagelijks leven. Dat zegt veel over die tijd. IJzer was niet alleen van belang voor oorlog en verdediging, maar ook voor huishouden en handel.
Vervoer ging toen nog traag, maar de Oude IJssel hielp mee. Voor het midden van de negentiende eeuw gingen gietijzeren producten per schip of wagen verder de regio uit. De rivier was dus niet alleen een landschappelijke lijn, maar ook een route voor aanvoer en afvoer.
De Rekhemse IJzermolen in Gaanderen
De Rekhemse IJzermolen stond aan de Bielheimerbeek. Dat water dreef het werk aan. Zonder beek geen molen, en zonder molen geen productie. Zo direct was het verband tussen landschap en industrie.
De molen bleef niet voorgoed in Gaanderen. In 1810 was de verplaatsing naar Laag-Keppel voltooid. Daarmee sloot een vroege fase af, maar het betekende niet dat de ijzerindustrie uit de omgeving verdween. Integendeel, in de negentiende eeuw groeide het belang van de streek juist verder.
In Gaanderen is die eerste periode nog wel gemarkeerd. Daar werd een eeuwfeest niet herdacht, maar in 1989 wel een gedenkteken onthuld voor de Rekhemse IJzermolen. Het herinnert aan een bedrijf dat landelijk een vroege rol speelde en plaatselijk het begin markeerde van een veel langere industriële lijn.
Vulcaansoord tussen Terborg en Gaanderen
Wie het over oude industrie in Gaanderen of Terborg heeft, komt al snel uit bij Vulcaansoord. Die ijzergieterij werd in 1821 opgericht aan de Akkermansbeek, op de grens van beide plaatsen. De fabriek hoorde daardoor bij het dagelijks leven van gezinnen aan twee kanten van die grens.
Vulcaansoord groeide uit tot een grote werkgever. In de jaren twintig werkten er ongeveer duizend mensen. Dat is een aantal dat laat zien hoe groot de invloed op de omgeving moet zijn geweest. Begin jaren zestig was dat teruggelopen tot ongeveer 350 werknemers. In die daling zie je al dat de sterke positie van de oude gieterijen niet vanzelf bleef bestaan.
In 1857 nam B.A. Reigers het bedrijf over. In die periode veranderde de techniek snel. Gieterijen gingen werken met stoommachines en koepelovens. Ook de grondstoffen veranderden. In plaats van ijzeroer uit de streek gebruikten bedrijven steeds vaker ingevoerd ruwijzer. Daarmee werd de productie minder afhankelijk van wat lokaal in de bodem zat.
De betekenis van de ijzerindustrie in het Oude IJsselgebied was in de negentiende eeuw groot. In 1836 produceerden vier ijzermolens samen ongeveer 3.000 ton. Dat was goed voor ongeveer driekwart van het binnenlandse verbruik. Zulke cijfers maken duidelijk dat deze streek toen veel zwaarder woog dan je op basis van de dorpsgrootte zou verwachten.
De neergang van Vulcaansoord en andere gieterijen
Geen enkele industrie blijft vanzelf bestaan. Ook in de Oude IJsselstreek veranderde dat. De oude basis van de ijzerproductie kwam onder druk te staan. Oerbanken raakten uitgeput en de concurrentie nam toe. In de loop van de twintigste eeuw verdwenen veel bedrijven.
Voor Vulcaansoord kwam het einde in 1977, toen het bedrijf failliet ging. In bronnen wordt daarbij ook mismanagement genoemd. Kort daarna verdween het terrein zelf. De gebouwen zijn in 1979 en 1980 afgebroken.
Wie nu op die plek staat, ziet de fabriek niet meer terug. Toch is het verleden daar niet helemaal uitgewist. In Gaanderen werd aan de Slakweg in 1992 een gedenkplaat voor Vulcaansoord onthuld. Zo blijft zichtbaar dat hier jarenlang een fabriek stond die het ritme van veel gezinnen bepaalde.
Terborg en Lovink
Terborg wordt vaak in één adem genoemd met Vulcaansoord, omdat die fabriek precies op de grens met Gaanderen lag. Maar Terborg heeft ook een eigen naam in de metaalgeschiedenis van de streek: Lovink.
Deze ijzergieterij werd in 1911 in Terborg opgericht. Anders dan veel oudere bedrijven verdween Lovink niet uit beeld. Het bedrijf is nog altijd actief. Daarmee vormt het een directe verbinding tussen de oude ijzerindustrie en de huidige maakindustrie in de Achterhoek.
Dat maakt Terborg bijzonder in dit verhaal. Aan de ene kant is er de herinnering aan een verdwenen fabriek die veel werk bood. Aan de andere kant staat er nog steeds een onderneming die laat zien dat metaalbewerking hier niet alleen verleden tijd is.
Gaanderen was breder dan alleen gietwerk
De geschiedenis van Gaanderen draait niet uitsluitend om ijzergieterijen. Ook andere vormen van metaalverwerking en productie speelden er een rol. Pelgrim is daar een bekend voorbeeld van. Het bedrijf maakte pannen, kachels en keukenapparatuur.
Dat past bij het beeld van Gaanderen als plaats waar industrie diep in het dagelijks leven zat. Werk in de fabriek was voor veel gezinnen geen uitzondering, maar een vast onderdeel van het bestaan.
Pelgrim verhuisde later naar Duiven na overname door ATAG. Daarmee veranderde opnieuw het industriële landschap van Gaanderen. Productie verdween niet altijd helemaal, maar verschoof van eigenaar, van plek of van schaal.
Er is in Gaanderen nog steeds bedrijvigheid die aan die traditie raakt. Ferro Techniek bestaat nog. Samen met de gedenktekens voor de Rekhemse IJzermolen en Vulcaansoord houdt dat de geschiedenis van de industrie in Gaanderen zichtbaar.
Keijenborg als uitzondering
Keijenborg hoort in dit verhaal niet thuis vanwege een grote gieterij, maar juist omdat die daar ontbrak. In vergelijking met plaatsen als Gaanderen en Terborg kende Keijenborg geen grote historische ijzerfabrieken.
Dat verschil is interessant, omdat het laat zien hoe plaatselijk de industriële ontwikkeling in de Achterhoek kon zijn. Dorpen lagen dicht bij elkaar, maar kregen niet dezelfde economische rol. Waar de ene plaats sterk werd gevormd door fabrieksterreinen en arbeidersgezinnen, bleef de andere meer agrarisch van karakter.
Keijenborg maakt dat contrast goed zichtbaar.
Wat er nu nog te zien is van die industrie
De oude fabrieken zijn grotendeels verdwenen, maar het verhaal ligt nog altijd in het landschap. In Gaanderen herinneren een gedenkteken en een gedenkplaat aan de Rekhemse IJzermolen en Vulcaansoord. In Terborg is Lovink nog een levende schakel met het industriële verleden.
Ook buiten die concrete plekken werkt de geschiedenis door. De Oude IJsselstreek heeft nog steeds veel maakindustrie. Niet omdat de oude gieterijen allemaal zijn gebleven, maar omdat kennis, werkmentaliteit en technische bedrijvigheid zich in de streek hebben vastgezet.
Wie die geschiedenis wil volgen, kan dat gewoon buiten doen. Langs beken, dorpsranden en oude routes wordt zichtbaar waarom juist hier zoveel met ijzer gebeurde. De industriële geschiedenis van de Achterhoek zit niet alleen in archieven. Ze ligt ook in Gaanderen en Terborg gewoon op straat, als je weet waar je moet kijken.
FAQ
Welke ijzergieterijen waren belangrijk in Gaanderen?
De Rekhemse IJzermolen uit 1689 en Vulcaansoord uit 1821 zijn de bekendste namen. Daarnaast kende Gaanderen ook andere industriële bedrijven, zoals Pelgrim.
Wat was Vulcaansoord precies?
Vulcaansoord was een ijzergieterij op de grens van Terborg en Gaanderen. De fabriek groeide uit tot een grote werkgever in de omgeving.
Is er nog iets over van de oude industrie in Gaanderen?
Ja. In Gaanderen staan een gedenkteken voor de Rekhemse IJzermolen en een gedenkplaat voor Vulcaansoord. Ook bestaat Ferro Techniek nog.
Welke rol speelt Lovink in Terborg?
Lovink werd in 1911 opgericht en is nog steeds actief. Het bedrijf laat zien dat de metaalbewerking in Terborg niet alleen geschiedenis is.
Had Keijenborg ook grote ijzerfabrieken?
Nee. Keijenborg had geen grote historische ijzerindustrie zoals Gaanderen en Terborg.
Wanneer verdween Vulcaansoord?
Vulcaansoord ging in 1977 failliet. De gebouwen zijn kort daarna, in 1979 en 1980, afgebroken.

Geef een reactie