De Slinge in de Achterhoek: hoe deze beek het landschap rond Winterswijk en Groenlo vormde

De Slinge in de Achterhoek: hoe deze beek het landschap rond Winterswijk en Groenlo vormde

Bij Bekendelle hoor je het water eerder dan je het ziet. De beek schuift er langs steile randen, onder oude bomen door, in een dal dat in de Achterhoek meteen opvalt. Wie daar wandelt, ziet dat de Groenlose Slinge meer is dan een bescheiden waterloop tussen Winterswijk en Groenlo. Deze beek heeft het landschap mee gevormd en is later ook weer door mensen aangepast.

Dat dubbele verhaal maakt de Slinge interessant. De beek sneed zelf het land uit, maar mensen trokken haar ook recht, leidden haar om en proberen haar nu op sommige plekken weer meer ruimte te geven.

Van Boven-Slinge naar Groenlo

De Groenlose Slinge hoort bij een groter beeksysteem. De Boven-Slinge komt uit Duitsland en stroomt bij Kotten de grens over. Vanaf daar loopt het water verder door de omgeving van Winterswijk, richting Groenlo. In oude bronnen duiken namen op als Slinck en Slingen. Dat past goed bij een beek die van nature niet recht liep, maar bochten maakte en telkens een iets andere weg koos.

De basis van dat landschap is oud. Smeltwater uit de ijstijden liet hier dalen achter. Later ontwikkelde het beeksysteem zich verder in de periode die geologen het Holoceen noemen. Dat klinkt technisch, maar in het veld zie je vooral het resultaat: een beekdal dat op sommige plekken duidelijk dieper ligt dan het omliggende land.

Rond Winterswijk valt dat extra op. Daar zijn hoogteverschillen vaak beter zichtbaar dan mensen van buiten de streek verwachten. De Slinge heeft daar niet alleen water afgevoerd, maar ook terrassen en insnijdingen achtergelaten.

Bekendelle laat zien wat water kan doen

Wie het verhaal van de Slinge wil begrijpen, komt al snel uit bij Bekendelle. In dit natuurgebied bij Winterswijk zie je hoe sterk een beek het landschap kan modelleren. De Groenlose Slinge heeft hier een beekdal uitgesleten met duidelijke hoogteverschillen en beekterrassen.

Dat is in de Achterhoek niet overal zo uitgesproken zichtbaar. Juist daarom wordt Bekendelle vaak genoemd als het markantste deel van het Slinge-dal. Het gebied laat zien dat een laaglandbeek niet per se vlak en rustig hoeft te ogen. Hier heeft het water, over lange tijd, echt reliëf gemaakt.

Dat gebeurde niet in één keer. Stroomsnelheid, bodem en de hoeveelheid water werkten samen. Zo ontstond een dal dat nog altijd goed leesbaar is voor wie er langs loopt. Je kijkt er niet alleen naar een beek van nu, maar ook naar sporen van een veel langere ontwikkeling.

De beek en de greep van mensen

De Slinge bepaalde niet alleen het landschap, maar ook het dagelijks leven. Water dat te lang bleef staan of te snel kwam, gaf problemen op akkers en bij bebouwing. Daarom grepen bewoners al vroeg in. Voor 1630 zijn al maatregelen bekend om Winterswijk tegen wateroverlast te beschermen.

Ook elders in het systeem werd aan de beek gesleuteld. In de middeleeuwen kwam er via de Grevengracht een verbinding met de Berkel. Daarmee werd de afvoer van water onderdeel van een groter geheel. Zulke ingrepen passen bij een streek waar beken altijd nauw verbonden waren met landbouw, ontginning en bereikbaarheid.

In Groenlo speelde de Slinge ook een rol. De beek stond in verbinding met de vestingwerken en liep door de stadsgracht van de oude vestingstad. Later veranderde die situatie en werd de waterloop verlegd. Zo schoof de beek mee met de ontwikkeling van de stad.

Daarmee is de geschiedenis van de Groenlose Slinge geen zuiver natuurverhaal en ook geen puur technisch verhaal. Het is een geschiedenis van aanpassen, reageren en opnieuw inrichten.

Rechtgetrokken in de twintigste eeuw

In de twintigste eeuw veranderde de beek op veel plaatsen ingrijpend. Net als bij andere beken in de Achterhoek kozen overheden en beheerders toen vaak voor snelle afvoer van water. Bochten verdwenen, trajecten werden rechter en de beek kreeg een strakker profiel.

Dat had duidelijke gevolgen. Een gekanaliseerde beek stroomt anders dan een kronkelende waterloop. Water wordt sneller afgevoerd, oevers veranderen en de band met omliggende natte graslanden en kleine natuurstroken wordt kleiner. Voor boeren was dat lang aantrekkelijk, omdat land beter bruikbaar bleef. Tegelijk verdwenen kenmerken die juist bij een beekdal horen.

Dat spanningsveld speelt nog steeds mee in discussies over beekherstel. De ene kant wijst op waterberging, natuur en een robuuster systeem. De andere kant let op landbouwgrond, onderhoud en de vraag hoeveel ruimte een beek in de praktijk kan krijgen. In de Achterhoek lopen die belangen vaak dicht langs elkaar heen.

Herstel van bochten en stroming

De laatste jaren kijken beheerders anders naar de Slinge. Waterafvoer blijft belangrijk, maar er is meer aandacht voor de beek als levend systeem. Waterschap Rijn en IJssel werkt op verschillende plekken aan herstelmaatregelen, vaak samen met provincie Gelderland en grondeigenaren.

Bij de Boven-Slinge zijn in 2015 stuwen verwijderd. Dat gebeurde om de beek natuurlijker te laten stromen en vissen meer doorgang te geven. De gemeten uitkomst viel op: het aantal vissoorten nam toe met 30 procent en het aantal gevangen exemplaren met 148 procent. Zulke cijfers maken zichtbaar dat een ingreep in een beek meer doet dan alleen het waterbeeld veranderen.

Ook op andere trajecten krijgt de Slinge weer meer ruimte. Er zijn vistrappen aangelegd en op sommige plekken mag de beek opnieuw meer slingeren. Oeverbeheer verandert mee. Later maaien langs de beek helpt planten en dieren die afhankelijk zijn van rust en variatie.

Dat herstel gaat stap voor stap. Niet elk rechtgetrokken deel kan zomaar terug naar een oude situatie. Daarvoor is het landschap te intensief gebruikt en zijn de belangen te verschillend. Maar de richting is wel duidelijk: waar het kan, krijgt de beek weer iets terug van haar natuurlijke karakter.

In het landschap van Woold, Kotten en Groenlo

Wie door het Woold of langs Kotten fietst, ziet hoe vanzelfsprekend de beek in het landschap ligt. Toch is dat beeld deels oud en deels gemaakt. Houtwallen, graslanden, natte randen en kleine hoogteverschillen horen bij het decor van de Slinge, maar de precieze loop van het water veranderde door de eeuwen heen geregeld.

Aan de Boven-Slinge staat ook watermolen Berenschot. Zo wordt zichtbaar dat de beek niet alleen een afvoer van water was, maar ook een bron van energie. Zulke plekken verbinden het natuurlijke verhaal van de beek met het gebruik door mensen.

Dat maakt de Slinge typisch voor deze streek. Geen brede rivier die alles bepaalt, maar een beek die stilletjes veel invloed had. Op de vorm van het land. Op de inrichting van percelen. Op de ligging van natte stukken. En op de manier waarop plaatsen als Winterswijk en Groenlo met water omgingen.

Wat er nu nog speelt

De Groenlose Slinge is geen afgerond hoofdstuk. Rond de beek lopen onderzoeken en plannen voor de komende jaren. Daarbij gaat het om vragen die in de Achterhoek herkenbaar zijn: hoe houd je water vast als het droog is, hoe voer je het af als het nat is, en hoeveel ruimte geef je een beek in een landschap waar ook gewoond en gewerkt wordt?

Die vragen hebben geen simpel antwoord. Voor natuurorganisaties en waterbeheerders is herstel van het beekdal vaak een logische stap. Voor grondeigenaren telt ook wat dat betekent voor gebruik, bereikbaarheid en opbrengst. Juist daarom worden plannen meestal in fases uitgewerkt.

Wie vandaag langs de Groenlose Slinge loopt, ziet dus niet alleen een beek met een lange geschiedenis. Je ziet ook een landschap waar nog steeds keuzes worden gemaakt. Soms zit dat in een zichtbare ingreep, zoals een vistrap of een nieuwe bocht. Soms merk je het pas later, als een oever ruiger blijft of het water anders door het dal trekt.

FAQ

Waar begint de Groenlose Slinge?

De Boven-Slinge komt uit Duitsland en stroomt bij Kotten de grens over. Van daar loopt het systeem verder door de omgeving van Winterswijk richting Groenlo.

Waarom is Bekendelle zo belangrijk?

Bij Bekendelle zie je goed hoe de beek het landschap heeft uitgesleten. Het beekdal heeft daar duidelijke insnijdingen en terrassen.

Waarom werd de Slinge vroeger rechtgetrokken?

Vooral om water sneller af te voeren en omliggende gronden beter bruikbaar te maken. Dat gebeurde op veel beken in de twintigste eeuw.

Wat veranderde er bij de Boven-Slinge in 2015?

Daar zijn stuwen verwijderd. Daarna nam het aantal vissoorten met 30 procent toe en het aantal gevangen exemplaren met 148 procent.

Had de Slinge ook betekenis voor Groenlo?

Ja. De beek was verbonden met de vestingwerken en de stadsgracht van Groenlo. Later is de loop aangepast.

Wie werkt nu aan herstel van de beek?

Vooral waterschap Rijn en IJssel, samen met provincie Gelderland en grondeigenaren.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *