Achterhoeks nieuws door de jaren heen: hoe streekmedia de regio hebben gevormd

Achterhoeks nieuws door de jaren heen: hoe streekmedia de regio hebben gevormd

In de Grutstraat in Doetinchem begon het met inkt, papier en een drukpers. Daar zette Cornelis Misset in 1873 een drukkerij op die later veel meer werd dan een bedrijf. Vanuit die plek groeide een manier van nieuws maken die dicht bij de streek bleef. Wat in Doetinchem van de pers kwam, belandde later op keukentafels in de hele regio.

Hoe de Achterhoek zichzelf als streek ging zien

De naam Achterhoek betekende niet altijd precies hetzelfde als nu. Aanvankelijk sloeg die vooral op het gebied rond Neede, Eibergen, Groenlo en Winterswijk. Pas later werd de benaming ruimer gebruikt voor het gebied ten oosten van de IJssel.

Dat idee van een gezamenlijke streek bestond dus niet ineens. Het groeide. Schrijvers en onderwijzers droegen daaraan bij, maar streekmedia deden dat net zo goed. Kranten brachten berichten uit plaatsen als Doetinchem, Winterswijk, Aalten, Groenlo, Borculo, Ruurlo, Vorden, Eibergen, Neede, ‘s-Heerenberg, Ulft, Varsseveld, Zelhem, Dinxperlo en Bredevoort. Zo leerden lezers hun eigen woonplaats zien als deel van een groter geheel.

Daarbij past wel een nuance. Niet elke plaats die soms in één adem met de regio wordt genoemd, hoort zonder discussie bij de Achterhoek. Zutphen, Doesburg en Lochem liggen aan de randen van het gebied en worden in historische of bestuurlijke zin geregeld meegeteld, maar dat voelt niet voor iedereen hetzelfde. Juist daarom is het opvallend hoe kranten en omroepen in de loop van de tijd hielpen om dat regiogevoel steviger te maken.

De eerste kranten in de Achterhoek

Een vroege en bepalende titel was De Graafschap-Bode. De eerste uitgave verscheen op 4 oktober 1879. De oplage lag toen op 2000 exemplaren. Voor die tijd was dat een serieus bereik. Ineens was er een vaste nieuwsdrager die meerdere plaatsen in de streek met elkaar verbond.

In Winterswijk ontstond in dezelfde periode een eigen krantencultuur. Rond 1878 verscheen de Winterswijksche Courant. Daarmee kreeg de oostelijke kant van de regio een blad dat dicht op het dagelijks leven zat. Later volgde op 11 januari 1902 de Nieuwe Winterswijksche Courant, opgericht door drukker De Boer uit Aalten. Cornelis Winkelaar nam die krant enkele jaren later over.

Dat soort bladen deed meer dan nieuws doorgeven. Ze brachten raadsvergaderingen, familieberichten, advertenties, kerkelijk nieuws en verslagen van het verenigingsleven. Juist daardoor werden ze onderdeel van het dagelijks ritme. Een krant vertelde niet alleen wat er was gebeurd, maar ook wie en wat ertoe deed in de eigen omgeving.

De Graafschap-Bode groeide mee met de streek

Wie naar de ontwikkeling van De Graafschap-Bode kijkt, ziet tegelijk hoe streekjournalistiek in de Achterhoek veranderde. De krant verscheen eerst minder vaak, maar groeide uit tot een blad dat in 1965 al vier keer per week uitkwam. Op 1 maart 1967 werd het een dagblad.

Dat veranderde het tempo van het nieuws. Gebeurtenissen uit Doetinchem, Zelhem, Varsseveld en ‘s-Heerenberg bereikten lezers sneller dan voorheen. De krant schoof daarmee op van wekelijkse terugblik naar bijna dagelijkse nabijheid.

In de streek kreeg het blad ook een bijnaam: de Toete van Sachtleven. Die naam verwees naar de aandacht voor dialect. Dat is meer dan een aardig detail. Het laat zien dat een regionale krant niet alleen feiten bracht, maar ook een toon koos die lezers herkenden. Taal hoorde daarbij.

Soms riep dat ook weerstand op. Pastoor Schweigmann uit Wijnbergen verbood katholieken om de krant te lezen. Dat verbod maakte het blad eerder bekender dan kleiner. Het zegt iets over de positie van een krant in die tijd. Een streekblad was niet zomaar drukwerk. Het had invloed op gesprekken aan tafel, in het café en op straat.

In het najaar van 1975 bereikte De Graafschap-Bode 100.000 abonnees. Bij het voormalige pand in Doetinchem herinneren beelden van een krantenlezer nog aan die geschiedenis. Ze zijn gemaakt door Don Dekker, later bekend als Don Englander. Wie daar langsloopt, ziet dat de geschiedenis van het nieuws in de streek nog altijd zichtbaar is in het straatbeeld.

Bij het honderdjarig bestaan verscheen in 1979 het boek Spiegel van een eeuw Oostgelders leven. Alleen al zo’n uitgave maakt duidelijk hoe groot de rol van de krant was geworden. Het blad volgde de streek niet alleen, het legde haar ook vast.

Fusies en overnames veranderden het krantenlandschap

Geen krant blijft eeuwig dezelfde. Dat geldt ook voor de Achterhoek. In de loop van de tijd veranderde het medialandschap door fusies en overnames.

De Graafschap-Bode ging in 1994 op in het Gelders Dagblad. Dat blad werd later opgenomen in De Gelderlander. Daarmee verdween een vertrouwde titel uit het dagelijks gebruik, al bleef regionaal nieuws natuurlijk gewoon bestaan binnen een grotere krant.

In Winterswijk gebeurde iets vergelijkbaars. De Nieuwe Winterswijkse Courant werd in 1987 overgenomen door De Gelderlander. Vanaf 1990 verscheen de titel als bijlage. Voor lezers bleef de naam nog een tijd zichtbaar, terwijl de organisatie erachter al was veranderd.

Dat proces zie je op meer plekken terug. Lokale titels verdwenen, gingen samen of kregen een plek binnen grotere uitgeverijen. Toch bleef de behoefte aan nieuws uit de eigen omgeving overeind. Inwoners wilden weten wat er speelde in Aalten, Eibergen, Ulft of Groenlo. Die behoefte veranderde niet, alleen de vorm waarin het nieuws werd aangeboden.

Oude kranten zijn nog altijd terug te vinden

Wie die geschiedenis zelf wil zien, hoeft niet ver te zoeken. Oude kranten uit de regio zijn te raadplegen bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Aalten en Doetinchem. Ook digitale archieven maken veel materiaal toegankelijk, onder meer via Delpher.

Dat is niet alleen handig voor stamboomonderzoek of een jubileumboek van de plaatselijke vereniging. In oude kranten is ook te zien hoe de streek naar zichzelf keek. Welke onderwerpen kregen aandacht? Hoe schreven redacties over landbouw, geloof, industrie of verkeer? Welke woorden gebruikten ze voor de regio?

Juist in dat soort details zit de waarde van een archief. Een oude editie laat vaak meer zien dan alleen de hoofdberichten. Advertenties, ingezonden stukken en kleine berichten vertellen minstens zoveel over het dagelijks leven.

Van papier naar scherm, radio en televisie

De geschiedenis van streekmedia in de Achterhoek stopt niet bij de papieren krant. Nieuwe vormen kwamen erbij, terwijl oudere vormen niet meteen verdwenen.

In mei 1998 verscheen voor het eerst MIJN Magazine. Dat blad koos een andere toon en een andere vorm dan de klassieke krant, maar bleef wel gericht op de regio. Daarmee past het in dezelfde traditie: nieuws en verhalen dicht bij de leefwereld van Achterhoekers brengen.

Ook lokale uitgevers bleven zoeken naar herkenning. Achterhoek Nieuws, uitgever van meerdere huis-aan-huiskranten in de regio, gebruikt de Achterhoekse vlag in de vormgeving. Dat lijkt een klein detail, maar het laat zien hoe belangrijk regionale identiteit voor lezers en makers is gebleven.

Vanuit de omroepwereld kwam er nog een andere ontwikkeling bij. REGIO8 ontstond in maart 2015 vanuit radiozender Optimaal FM. De redactie en het kantoor zitten op het DRU Industriepark in Ulft. De omroep brengt nieuws via radio, televisie en online kanalen. Daarmee sluit REGIO8 aan op de manier waarop mensen nu nieuws volgen, zonder de streek uit beeld te laten verdwijnen.

De omroep kreeg ook erkenning binnen de lokale omroepwereld. Zulke prijzen zeggen niet alles, maar ze laten wel zien dat regionale journalistiek ook buiten de eigen streek wordt opgemerkt.

Waarom regionale journalistiek hier zo’n vaste plek houdt

De kracht van regionale journalistiek zit zelden in één groot moment. Het gaat meestal om de dagelijkse stroom van berichten. Een raadsbesluit in Aalten. Een brand in Ulft. Een sportuitslag uit Winterswijk. Een discussie over verkeer in Doetinchem. Los van elkaar zijn het kleine verhalen. Samen vormen ze het beeld van een streek.

Dat is in de Achterhoek extra zichtbaar, omdat de regio uit veel kernen bestaat met een sterk eigen karakter. Nieuws uit Bredevoort is anders dan nieuws uit Vorden of Dinxperlo. Toch ontstaat er via gezamenlijke berichtgeving een verband tussen die plaatsen. Mensen lezen over hun eigen dorp, maar ook over de rest van de streek.

Daarom waren streekmedia hier nooit alleen een doorgeefluik. Ze bepaalden mede welke onderwerpen bleven hangen, welke woorden vertrouwd klonken en hoe inwoners hun omgeving leerden kennen. Dat gold voor de oude kranten uit Doetinchem en Winterswijk. Het geldt nog steeds voor omroepen, nieuwssites en huis-aan-huisbladen.

De volgende stap in het medialandschap

Ook de organisatie van lokale omroepen verandert. Er wordt gewerkt aan een stelsel met grotere streekomroepen. Dat moet zorgen voor meer slagkracht en een stevigere journalistieke basis. In de Achterhoek speelt REGIO8 daarin een rol, samen met andere lokale omroepen in de regio.

Zo’n ontwikkeling past in een langere lijn. Eerst waren er drukkerijen en weekbladen. Daarna kwamen dagbladen, fusies en grotere uitgeefstructuren. Nu lopen print, online, radio, televisie en digitale archieven door elkaar heen. De middelen veranderen, maar de kern blijft dezelfde: inwoners willen weten wat er speelt in hun eigen omgeving.

Bij het voormalige pand van De Graafschap-Bode in Doetinchem staat de krantenlezer nog altijd op zijn plek. Dat beeld vat veel samen. Eerst was er de lezer aan tafel. Daarna kwam de luisteraar bij de radio en de kijker voor het scherm. Nu is er ook de bezoeker van een archiefsite of nieuwspagina. De vorm schoof op, de behoefte bleef.

FAQ

Wat is een vroege krant uit de Achterhoek?

De Graafschap-Bode is een van de vroegste en invloedrijkste kranten uit de regio. De eerste uitgave verscheen in 1879.

Waar kan ik oude Achterhoekse kranten bekijken?

Dat kan bij het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers in Aalten en Doetinchem. Veel oude edities zijn ook digitaal te vinden via Delpher.

Welke rol speelde De Gelderlander in de regio?

De Gelderlander nam later titels op die eerder zelfstandig waren, zoals het Gelders Dagblad en de Nieuwe Winterswijkse Courant.

Wat is REGIO8?

REGIO8 is een regionale omroep met standplaats Ulft. De omroep brengt nieuws uit de Achterhoek via radio, tv en online.

Waarom zijn streekmedia belangrijk in de Achterhoek?

Ze brengen nieuws dicht bij huis en versterken het gevoel dat dorpen en steden samen een regio vormen.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *