In de Spoorstraat in Winterswijk loop je er zo voorbij. Een rij gebouwen, baksteen, ramen, een gewone straat. Pas als je stilstaat, valt op wat hier nog bij elkaar staat: de synagoge, de mikwe, de school en de woning van de chazan. Zo compleet zie je het bijna nergens meer. Wie wil begrijpen hoe zichtbaar het joodse leven in de Achterhoek nog is, begint hier goed.
Ook in Aalten en Borculo ligt die geschiedenis niet weggestopt. Ze zit in een synagoge aan een gewone straat, in een begraafplaats achter een muur, in Stolpersteine waar dagelijks mensen overheen lopen. Het zijn geen losse monumenten zonder verband. Samen laten ze zien dat joodse inwoners hier generaties lang deel uitmaakten van het dagelijks leven.
Winterswijk: een zeldzaam compleet geheel
De joodse gemeenschap van Winterswijk gaat terug tot het midden van de zeventiende eeuw. Rond 1647 zijn de eerste sporen bekend. In de loop van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw groeide de gemeenschap uit tot enkele honderden mensen. Veel joodse inwoners werkten in de handel, onder meer in vee, textiel en vlees.
Aan de Spoorstraat staat het duidelijkste overblijfsel van die tijd. De synagoge werd in 1889 ingewijd. Daarbij horen ook de mikwe, het joodse schoolgebouw uit 1909 en de woning van de chazan uit 1905. Juist dat maakt deze plek bijzonder: het is niet alleen een gebedshuis, maar een bijna volledig bewaard complex waarin verschillende kanten van het joodse leven samenkomen.
Wie naar die gebouwen kijkt, ziet hoe een gemeenschap zichzelf organiseerde. Er was een plek voor de dienst, voor onderwijs en voor rituele reiniging. De woning van de chazan laat zien dat geloof en dagelijks leven hier dicht op elkaar zaten. Dat maakt het complex aan de Spoorstraat meer dan een verzameling monumenten. Het vertelt hoe het leven hier was ingericht.
De oorlog maakte daar abrupt een einde aan. Het grootste deel van de joodse inwoners van Winterswijk werd gedeporteerd en vermoord. De synagoge bleef wel staan. Na herstel is zij in 1951 opnieuw ingewijd. Sinds 2021 zijn de synagoge en de mikwe in handen van Stichting Cultuurbehoud Achterhoek.
Wie zoekt naar een synagoge Winterswijk, komt dus niet uit bij een los gebouw, maar bij een plek waar meerdere onderdelen van de vroegere gemeenschap nog herkenbaar zijn.
Begraafplaatsen in Winterswijk
Nog ouder dan de synagoge is de joodse begraafplaats aan de Spoorstraat. Die was vanaf 1647 in gebruik. In 1880 sloot deze begraafplaats, omdat zij inmiddels binnen de bebouwde kom lag. De plek is bewaard gebleven en laat nog altijd details zien die iets zeggen over de geschiedenis ervan.
Daarna kwam er een nieuwe joodse begraafplaats aan de Misterweg, vanaf 1883. Ook daar zijn sporen van rituelen en gebruiken zichtbaar. Op het terrein staat een metaheerhuisje uit dezelfde tijd. Zulke plekken vertellen een stiller verhaal dan een synagoge, maar ze zijn minstens zo belangrijk. Ze laten zien hoe een gemeenschap omging met dood, afscheid en herinnering.
Buiten het centrum, in het Korenburgerveen, staat sinds 1993 een monument voor achttien gedeporteerde joden uit Winterswijk. Dat monument verbindt de geschiedenis van vervolging aan een landschap dat veel inwoners vooral kennen van rust en natuur. Juist daardoor komt het dichtbij.
Aalten: klein in aantal, duidelijk aanwezig
Aalten had nooit een grote joodse gemeenschap, maar de sporen zijn er nog goed zichtbaar. De eerste joodse aanwezigheid gaat terug tot de zeventiende eeuw. De gemeenschap bleef klein en telde op haar hoogtepunt enkele tientallen leden. Toch kreeg zij een duidelijke plaats in het dorp.
De eerste synagoge was in 1767 gevestigd in een woonhuis. In 1857 kwam aan de Stationsstraat 7 een nieuwe synagoge. Dat gebouw staat er nog steeds. Binnen zijn belangrijke onderdelen van het religieuze interieur bewaard gebleven, zoals de heilige arke, de stenen tafelen en de menora. Daardoor is ook nu nog goed te zien waarvoor de ruimte bedoeld was.
De synagoge in Aalten is eigendom van Stichting Vrienden van de Aaltense Synagoge. Dat helpt om het gebouw zichtbaar en toegankelijk te houden. Wie vandaag langs de Stationsstraat loopt, ziet niet alleen een oud pand, maar een plek die nog steeds iets vertelt over het joodse leven in Aalten.
Dat leven speelde zich niet alleen in de synagoge af. Er was ook een mikwe en een godsdienstschool. In het dagelijks bestaan werkten joodse inwoners onder meer als veehandelaar of slager. Rond 1900 verdween het gebruik van het Jiddisch in Aalten.
Een belangrijk moment kwam in 1900, toen de joodse gemeente van Bredevoort opging in die van Aalten. In de jaren dertig kwamen daar joodse vluchtelingen uit Duitsland bij. Zo werd ook in Aalten merkbaar hoe de situatie over de grens verslechterde.
Oorlog, onderduik en verlies in Aalten
De oorlog liet diepe sporen na. De synagoge werd vernield, maar de thorarollen bleven bewaard doordat mensen ze verborgen. Dat is een klein detail, maar het zegt veel over de waarde die aan deze voorwerpen werd gehecht.
Aalten kreeg in de oorlog een bijzondere rol door het grote aantal onderduikers. In en rond het dorp vonden duizenden mensen een schuilplaats. Daaronder waren ook joodse onderduikers. Meer dan de helft van de joodse bevolking van Aalten overleefde de oorlog door onder te duiken. Dat maakt de plaatselijke geschiedenis van vervolging ook tot een geschiedenis van hulp, moed en risico.
De joodse begraafplaats aan de Haartsestraat hoort ook bij die zichtbare geschiedenis. Die bestaat sinds de negentiende eeuw en heeft een monument voor gedeporteerde kinderen. Daarmee is het niet alleen een historische begraafplaats, maar ook een plek van herdenking.
Na de oorlog veranderde de functie van de synagoge. Het gebouw werd in 1984 verkocht en na restauratie in 1986 opnieuw ingewijd. De gemeenschap was toen veel kleiner dan voor de oorlog, maar het gebouw bleef onderdeel van Aalten.
Wie zoekt op joods erfgoed Aalten, komt al snel uit bij deze combinatie van synagoge, begraafplaats en oorlogsgeschiedenis. Juist samen maken die plekken duidelijk hoe verweven deze geschiedenis met het dorp is.
Borculo: sporen verspreid door de stad
In Borculo vestigden de eerste joodse inwoners zich in de zeventiende eeuw. De gemeenschap groeide in de negentiende eeuw uit tot een groep van betekenis binnen de plaats. Borculo kreeg ook bekendheid als plek van joodse studie. Dat gaf de gemeenschap een eigen positie in de regio.
Ook hier begon het religieuze leven in een woonhuis. In 1842 kwam er een synagoge, later gevolgd door het huidige gebouw aan de Weverstraat uit 1877. Die synagoge staat er nog en heeft nu een andere functie. Het gebouw wordt gebruikt als klein museum en als plek voor lezingen, concerten en andere bijeenkomsten. In het pand is ook een mikwe aanwezig.
De geschiedenis van deze synagoge is onrustig geweest. Sinds 1941 wordt het gebouw niet meer voor godsdienst gebruikt. In dat jaar werd de synagoge in brand gestoken door Nederlandse nationaalsocialisten. Dat het gebouw er nog steeds staat, maakt het des te opvallender. Eerder was Borculo al zwaar getroffen door de stormramp van 1925. Daarbij bleef de synagoge behouden, terwijl de joodse school verloren ging.
De oorlog trof de joodse gemeenschap van Borculo zwaar. Meer dan honderd joodse inwoners werden vermoord, vooral in Auschwitz. Tegelijk doken ook in Borculo joodse inwoners onder. In 1977 werd de joodse gemeente opgeheven, omdat zij te klein was geworden.
Begraafplaatsen en Stolpersteine in Borculo
In Borculo liggen de sporen verspreid door de stad. De oude joodse begraafplaats aan de Lange Wal gaat terug tot de achttiende eeuw. Van die plek is nog één grafsteen zichtbaar. In de negentiende eeuw werd de begraafplaats verplaatst vanwege de slechte toestand van de grond.
De huidige joodse begraafplaats ligt aan de Van Coeverdenstraat, op Deugenweerd, en is vanaf 1820 in gebruik. Op het terrein staat ook een metaheerhuis. Net als in Winterswijk en Aalten laat deze plek zien dat joods erfgoed niet alleen bestaat uit synagogen, maar ook uit de plaatsen waar rituelen rond overlijden en begraven plaatsvonden.
In het straatbeeld van Borculo vallen ook de Stolpersteine op. Er liggen er ruim zestig. Die stenen brengen namen terug naar de huizen en stoepen waar mensen ooit woonden. Daardoor wordt de geschiedenis niet abstract. Ze ligt gewoon in de route naar de winkel, school of markt.
Wie zoekt op Stolpersteine Borculo, ontdekt al snel dat de herinnering hier niet op één plek is geconcentreerd. Ze is over de hele stad verspreid.
Drie plaatsen, drie manieren van herinneren
Winterswijk, Aalten en Borculo laten elk iets anders zien van de joodse geschiedenis in de Achterhoek. Winterswijk valt op door het vrijwel complete complex aan de Spoorstraat. Aalten laat zien hoe een kleine gemeenschap toch een duidelijke plaats in het dorp kreeg. Borculo maakt zichtbaar hoe herinnering over een hele stad verspreid kan liggen, in gebouwen, begraafplaatsen en Stolpersteine.
Wat deze drie plaatsen met elkaar verbindt, is de nabijheid. De geschiedenis ligt hier niet achter glas alleen. Ze staat aan de straat, achter een hek, in een gevel of onder je voeten. Juist daardoor blijven deze sporen spreken. Niet luid, maar wel helder.
FAQ
Welke synagogen zijn nog te zien in Winterswijk, Aalten en Borculo?
In Winterswijk staat de synagoge aan de Spoorstraat 32, in Aalten die aan de Stationsstraat 7 en in Borculo de synagoge aan de Weverstraat.
Wat maakt Winterswijk bijzonder binnen het joodse erfgoed in de Achterhoek?
Vooral het complete complex aan de Spoorstraat valt op: synagoge, mikwe, school en woning van de chazan liggen daar nog bij elkaar.
Zijn er nog joodse begraafplaatsen in deze plaatsen?
Ja. Winterswijk heeft begraafplaatsen aan de Spoorstraat en de Misterweg, Aalten aan de Haartsestraat en Borculo aan de Lange Wal en de Van Coeverdenstraat.
Wat is in Aalten nog zichtbaar van de oorlogsgeschiedenis?
De synagoge, de joodse begraafplaats en het monument voor gedeporteerde kinderen zijn belangrijke zichtbare sporen.
Waar zijn in Borculo Stolpersteine te vinden?
Verspreid door Borculo liggen ruim zestig Stolpersteine bij huizen en in straten waar vroegere bewoners worden herdacht.

Geef een reactie