Langs een erf in Aalten begon iets wat je onderweg door de Achterhoek nu op meer plekken terugziet: grote schilderingen op gebouwen die eerst vooral nuttig moesten zijn. Een silo, een gemaal of een bedrijfspand krijgt ineens een gezicht, een dier of een streekverhaal mee. Daardoor kijk je anders naar zo’n plek. Niet meer alleen als werkgebouw, maar ook als onderdeel van het verhaal van de omgeving.
De Silo Art Tour laat dat goed zien. De route draait om beschilderde agrarische en industriële gebouwen in de Achterhoek. Tegelijk raakt ze aan een grotere vraag: wanneer wordt industrie eigenlijk cultuur?
Hoe de Silo Art Tour in de Achterhoek begon
Het idee voor de Silo Art Tour kwam van Suzanne Reusink van Boerderij ’t Westendorp in Aalten. Na een reis door Australië nam ze het plan mee naar huis om ook hier grote kunstwerken op silo’s en andere gebouwen te maken. Stichting Pak An moedigde dat idee aan. Daarna werkten Achterhoek Toerisme, Cultuur Oost en het Cultuur- en Erfgoedpact Achterhoek mee aan de uitwerking.
De route ging van start in november 2020.
Dat de eerste werken in Aalten verschenen, past goed bij het karakter van de route. Op het erf van Boerderij ’t Westendorp aan de Westendorpweg kwamen de eerste beschilderingen. Street art op het platteland was hier nog geen bekend beeld. Toch voelde het niet vreemd. De schilderingen sluiten juist aan op thema’s die in de streek herkenbaar zijn: boerenleven, natuur, samenleven in de buurt en ondernemerschap.
Wat is er te zien op de route?
De kunstroute telt tien kunstwerken, verspreid over tien gemeenten. Wie alles wil bekijken, kan een autoroute van ongeveer 155 kilometer volgen. Er is ook een fietsroute tussen Sinderen en Aalten van 58 kilometer. De werken zijn gratis te zien vanaf de openbare weg.
Een routeboekje is verkrijgbaar bij Achterhoekse VVV’s en TIP’s. Ook bij het VVV Inspiratiepunt in Ulft is het te vinden.
De locaties verschillen sterk van elkaar. Juist dat maakt de tocht afwisselend. Op de ene plek sta je bij een erf of voerbedrijf, even later bij een steengroeve of een gemaal.
In Lochem staan de opslagsilo’s van OOCON aan de Goorseweg 13. Daar maakte TelmoMiel een schildering van 1300 vierkante meter. In Winterswijk zijn de silo’s bij de steengroeve aan de Steengroeveweg 50 beschilderd door Robin Nas, ook bekend als Zenk One. Die torens steken zo’n veertig meter boven de omgeving uit.
Andere werken liggen dichter bij het dagelijks leven van dorpen en bedrijven. In Sinderen maakte Paul Wieggers een werk bij Voerwaarts. In Bekveld, in de gemeente Bronckhorst, kreeg recreatie- en kinderboerderij Feltsigt een schildering van Tom Linnenbank, bekend als Dopie. In Doesburg werd een gemaal beschilderd door Sydney Waerts. In Doetinchem is op een pand van PPF het werk Reizende Hond te zien.
Zo ontstaat geen afgesloten kunstwereld, maar een route door de streek zelf. Je rijdt of fietst niet van museum naar museum. Je komt langs plekken waar gewoon wordt gewerkt, gewoond en geleefd.
Wanneer krijgt een werkgebouw een andere betekenis?
Een silo blijft natuurlijk een silo. Een fabriekshal blijft herkenbaar als fabriekshal. Toch kan de betekenis verschuiven. Dat gebeurt zodra mensen er meer in gaan zien dan alleen de functie van het gebouw.
Bij de Silo Art Tour gebeurt dat vrij direct. Een beschilderde wand trekt aandacht. Mensen stoppen, maken een foto of lezen zich in over de plek. Daarmee verandert het gebouw niet fysiek in een monument, maar wel in hoe het wordt beleefd. Het krijgt een verhaallaag.
Dat is iets anders dan klassieke monumentenzorg. Daar draait het vaak om behoud van een gebouw vanwege leeftijd, zeldzaamheid of historische waarde. Bij deze route komt de culturele betekenis juist door een nieuwe ingreep in beeld. Het gebouw blijft staan waar het staat, midden in het landschap of aan de rand van een dorp, maar krijgt een andere rol in de omgeving.
DRU in Ulft laat een andere vorm van herbestemming zien
Wie wil zien hoe zo’n verschuiving ook op grotere schaal werkt, komt al snel uit in Ulft. Het DRU Industriepark is een bekend voorbeeld van industrieel erfgoed in de Achterhoek.
In 1754 werd daar een hoogoven opgericht. Later groeide het terrein uit tot een belangrijke plek voor ijzerbewerking en emaille. De oudste gebouwen op het huidige terrein dateren van rond 1900. Wat ooit een fabrieksterrein was, kreeg stap voor stap een andere invulling.
Nu vind je er onder meer cultuur, horeca en evenementen. Daarmee veranderde niet alleen het gebruik van de gebouwen, maar ook de plek die het terrein inneemt in het leven van de streek. Mensen komen er niet meer alleen om te werken, maar ook om elkaar te ontmoeten, een voorstelling te bezoeken of iets te leren over de geschiedenis van de maakindustrie.
Hier zie je duidelijk dat industrie niet pas cultuur wordt als de machines stilvallen. Het gebeurt wanneer een plek opnieuw betekenis krijgt voor bewoners en bezoekers.
Ook kleinere gebouwen vertellen dat verhaal
Dat geldt niet alleen voor grote terreinen als DRU. In de Achterhoek staan meer werkgebouwen die laten zien hoe diep landbouw, textiel en nijverheid in de streekgeschiedenis zitten.
In Aalten staat aan de Hofstraat de voormalige textielfabriek Driessen, een rijksmonument. In Wehl staat aan de Stationsstraat 30a de Stoomtimmerfabriek Damen uit 1907-1909, ook een rijksmonument. In Bredevoort herinnert een oud bedrijfsgebouw aan de Misterstraat aan de textielnijverheid.
Het zijn heel verschillende plekken. Toch hebben ze iets gemeen. Ze maken zichtbaar dat werk en vakmanschap niet losstaan van de identiteit van de Achterhoek. Zulke gebouwen vormden ooit de achtergrond van het dagelijks leven. Zodra mensen ze opnieuw gaan waarderen, worden ze herkenningspunten.
Soms gebeurt dat via restauratie of een nieuwe functie. Soms helpt kunst om anders te kijken. In beide gevallen verandert de relatie tussen gebouw en omgeving.
Waarom dit juist in de Achterhoek werkt
De Achterhoek leent zich goed voor dit soort herbestemming. In het landschap liggen veel sporen van landbouw, kleine industrie en familiebedrijven. Je ziet ze langs wegen, op erven en aan dorpsranden. Niet elk gebouw is oud genoeg voor een monumentenstatus, maar veel plekken dragen wel degelijk een verhaal met zich mee.
In gemeenten als Aalten, Winterswijk, Oude IJsselstreek, Bronckhorst, Berkelland, Oost Gelre, Montferland en Doetinchem is dat goed zichtbaar. Sommige gebouwen hebben hun oorspronkelijke functie verloren. Andere worden nog steeds gebruikt, maar in een andere vorm dan vroeger. Juist daar ontstaat ruimte voor een nieuwe blik.
De Silo Art Tour speelt daarop in. De route maakt zulke plekken zichtbaarder voor bewoners en bezoekers. Dat heeft ook een praktisch effect. Mensen trekken eropuit, stoppen in dorpen, combineren de route met horeca of een bezoek aan een andere locatie in de buurt. Maar de waarde zit niet alleen in recreatie. De kunstwerken laten ook zien dat de streekgeschiedenis niet alleen in archieven of musea zit, maar gewoon langs de weg.
Nieuw erfgoed hoeft niet oud te zijn
Bij erfgoed denken veel mensen eerst aan oude kerken, kastelen of fabriekspanden. Toch kan ook iets recents snel betekenis krijgen. Een schildering op een silo is nog jong, maar kan wel meteen herkenbaar worden voor een streek.
Dat komt doordat erfgoed niet alleen over leeftijd gaat. Het gaat ook over wat mensen willen onthouden, doorvertellen en laten zien. Als een plek iets oproept over waar je bent en hoe een gebied in elkaar zit, krijgt die plek gewicht.
De Silo Art Tour maakt dat zichtbaar. Een boerderij, steengroeve, gemaal of bedrijfspand blijft gewoon zichzelf. Tegelijk wordt het onderdeel van een groter verhaal over de Achterhoek. Over werken met de grond, over ondernemerschap, over verandering en over de vraag wat je bewaart.
Daarmee staat de route niet los van ouder industrieel erfgoed. Eerder vormt ze een nieuwe laag boven op wat er al was. In Ulft zie je dat in oude fabriekshallen. In Aalten en Wehl in monumentale bedrijfsgebouwen. En op de route zelf in beschilderde silo’s en gevels die pas sinds kort een culturele rol spelen.
Geen strak moment, wel een kantelpunt
De vraag wanneer industrie cultuur wordt, laat zich niet vangen in één datum. Meestal gaat het om een kantelpunt. Eerst is een gebouw vooral functioneel. Later gaan mensen er iets anders in herkennen: geschiedenis, vakmanschap, trots of gewoon een markant beeld in het landschap.
In de Achterhoek zie je dat op verschillende manieren terug. In Ulft via herbestemming van een fabrieksterrein. In Aalten begon het op een erf. In Lochem kreeg een groot oppervlak een nieuwe betekenis door verf. In Winterswijk trekt een beschilderde silo de blik omhoog, midden in een omgeving die al lang met winning en arbeid verbonden is.
Zo bezien is de Silo Art Tour meer dan een uitje langs muurschilderingen. De route laat zien hoe de streek omgaat met plekken die ooit puur voor werk bedoeld waren. Niet door ze weg te poetsen, maar door er een nieuw verhaal aan toe te voegen.
FAQ
Wat is de Silo Art Tour?
Dat is een kunstroute langs tien beschilderde gebouwen in de Achterhoek, waaronder silo’s, een gemaal en bedrijfspanden.
Is de Silo Art Tour gratis?
Ja. De kunstwerken zijn gratis te bekijken vanaf de openbare weg.
Hoe lang is de route?
De autoroute is ongeveer 155 kilometer lang. Er is ook een fietsroute van 58 kilometer tussen Sinderen en Aalten.
Waar begon de Silo Art Tour?
De eerste werken verschenen in Aalten, op het erf van Boerderij ’t Westendorp.
Wat heeft de route met erfgoed te maken?
De route laat zien hoe werkgebouwen een nieuwe culturele betekenis kunnen krijgen. Daardoor kijk je anders naar plekken die eerst alleen functioneel leken.
Wat is het DRU Industriepark in Ulft?
Dat is een voormalig fabrieksterrein in Ulft dat is herbestemd voor cultuur, horeca en bijeenkomsten. Het geldt als een belangrijk voorbeeld van industrieel erfgoed in de Achterhoek.

Geef een reactie