Werken in Gelderland: waarom de Achterhoek een eigen arbeidsmarkt heeft

Werken in Gelderland: waarom de Achterhoek een eigen arbeidsmarkt heeft

Tussen Doetinchem, Winterswijk en de Duitse grens zijn de afstanden klein. Voor veel inwoners geldt dat letterlijk: de gemiddelde afstand naar het werk ligt in de Achterhoek op 8 kilometer. Dat is korter dan landelijk gebruikelijk. Het zegt iets over de schaal van de streek, maar vooral over de manier waarop wonen, werken en leven hier dicht op elkaar zitten.

Wie naar de arbeidsmarkt in de Achterhoek kijkt, ziet daarom geen verkleinde versie van Gelderland. De streek heeft een eigen profiel. Dat is gegroeid door de geschiedenis, de ligging aan de grens, de sterke maakindustrie, het agrarische verleden en de leeftijdsopbouw van de bevolking. In plaatsen als Doetinchem, Winterswijk, Aalten, Groenlo, Lichtenvoorde, Borculo, Ruurlo, Vorden, Eibergen, Neede, ‘s-Heerenberg, Ulft, Varsseveld, Zelhem, Dinxperlo en Bredevoort werkt dat door in het soort banen, de vraag naar personeel en de manier waarop werkgevers en overheid samenwerken.

De cijfers laten zien dat het om een stevige regionale economie gaat. De Achterhoek telt ruim 300.000 inwoners, meer dan 150.000 werkzame personen en bijna 30.000 bedrijven. Dat past niet bij het oude beeld van een afgelegen uithoek zonder veel dynamiek. De streek is eerder een grensregio met een herkenbare economische structuur en een arbeidsmarkt die op meerdere punten afwijkt van de rest van Gelderland.

Hoe die arbeidsmarkt is gegroeid

Het verhaal begint niet op een bedrijventerrein, maar veel eerder. Eeuwenlang was de Achterhoek vooral agrarisch. Dorpen en kleine steden leefden van landbouw, ambacht en lokale handel. In de negentiende eeuw veranderde dat langzaam. Betere wegen en spoorverbindingen maakten het makkelijker om goederen en mensen te verplaatsen. Daardoor kreeg de industrie meer ruimte.

Die omslag is nog steeds zichtbaar. Het landschap met houtwallen, akkers en dorpen op korte afstand van elkaar bepaalt nog altijd het beeld van de streek. Tegelijk herinnert het DRU Industriepark in Ulft aan de industriële kant van de Achterhoek. Ook namen uit de regionale geschiedenis horen daarbij, zoals textielfabrikant Jan Willink, A.C.W. Staring en uitgever Cornelis Misset in Doetinchem.

Zo ontstond stap voor stap een gemengde economie. Landbouw bleef belangrijk, maar kreeg gezelschap van industrie, bouw, handel en later ook dienstverlening. Dat verleden zie je nog terug in de banen van nu. De streek leunt relatief sterk op praktisch en technisch werk, vaak op mbo-niveau.

Wat de Achterhoek anders maakt

De kern zit in specialisatie. De Achterhoek heeft veel werk in sectoren als landbouw, food, zorg, bouw, handel en vooral de maakindustrie. Juist die industrie geeft de regionale economie een eigen gezicht. In gemeenten als Oude IJsselstreek, Oost Gelre en Winterswijk is dat dagelijks zichtbaar in de bedrijven die er zitten en in de beroepen waar vraag naar is.

Dat heeft voordelen. De streek heeft kennis opgebouwd in productie, techniek en vakmanschap. Werkgevers, scholen en gemeenten weten elkaar vaak goed te vinden. Tegelijk maakt die concentratie de arbeidsmarkt minder breed dan in stedelijke regio’s. Als een paar sectoren onder druk staan, is dat hier sneller merkbaar.

Ook de leeftijdsopbouw speelt mee. De werkzame beroepsbevolking in de Achterhoek is gemiddeld ouder dan in Gelderland en Nederland als geheel. Dat betekent dat werkgevers niet alleen mensen zoeken voor nieuwe functies, maar ook voor vervanging van medewerkers die stoppen. Die vervangingsvraag weegt hier zwaarder dan in veel andere regio’s.

Daarmee krijgt de arbeidsmarkt een eigen dynamiek. Het gaat niet alleen om groei, maar ook om opvolging. Wie neemt het werk over in de techniek, de zorg of het onderwijs als ervaren krachten vertrekken? Dat is in de Achterhoek een heel concrete vraag.

Krapte is hier geen abstract begrip

Voor ondernemers in Varsseveld, zorginstellingen in Winterswijk of scholen in Doetinchem is arbeidsmarktkrapte geen beleidswoord. Het is iets wat je merkt in de planning, op de werkvloer en soms in de openingstijden. Vacatures blijven langer openstaan en het wordt lastiger om mensen te vinden met de juiste ervaring of opleiding.

De regio kent al langer een lage werkloosheid. Dat is gunstig voor wie werk zoekt, maar het maakt het voor werkgevers moeilijker om personeel te vinden. In de eerste helft van 2025 stonden er gemiddeld 5.300 vacatures open. Tegelijk is er ook onbenut arbeidspotentieel. De vraag is dus niet alleen hoeveel mensen beschikbaar zijn, maar ook of hun kennis en ervaring aansluiten op het werk dat er ligt.

Vooral in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang, de ICT, de bouw en de techniek zijn de tekorten groot. Dat raakt het dagelijks leven in de streek direct. Als een bouwbedrijf geen monteurs vindt, loopt werk vertraging op. Als een school moeilijk aan docenten komt, merken leerlingen en ouders dat meteen. En als de zorg krap bezet is, voelen inwoners dat in wachttijden en roosters.

Het aandeel werkenden is de afgelopen jaren gestegen. Dat helpt, maar het lost de spanning niet vanzelf op. De combinatie van vergrijzing, ontgroening en een gespecialiseerde economie houdt de druk op de arbeidsmarkt hoog.

Samenwerken hoort bij de manier van doen

In de Achterhoek wordt veel regionaal opgelost. Dat past bij de schaal van de streek en bij de gewoonte om elkaar op te zoeken als het nodig is. Op de arbeidsmarkt zie je dat terug in de samenwerking tussen gemeenten, UWV, onderwijs, werkgevers en andere organisaties.

Die samenwerking is niet vrijblijvend. Ze is nodig omdat de vraagstukken vaak dezelfde zijn in meerdere plaatsen tegelijk. Een tekort aan technisch personeel speelt niet alleen in Ulft, maar ook in Groenlo, Lichtenvoorde en Winterswijk. Hetzelfde geldt voor zorgpersoneel, vakmensen in de bouw en mensen met digitale vaardigheden.

Daarom ligt de nadruk steeds vaker op vaardigheden in plaats van alleen diploma’s. Werkgevers kijken breder naar wat iemand kan en of iemand door kan groeien. Ook scholing tijdens het werk krijgt meer aandacht. Initiatieven rond Leven Lang Ontwikkelen en het Regionaal Werkcentrum moeten helpen om mensen sneller naar passend werk te begeleiden of om overstappen tussen sectoren makkelijker te maken.

Daarnaast probeert de regio jongeren vast te houden en oud-inwoners terug te laten keren. Dat lukt niet alleen met banen. Wonen, bereikbaarheid, voorzieningen en de aantrekkelijkheid van dorpen en steden spelen net zo goed mee. Wie in de Achterhoek wil werken, moet er ook prettig kunnen leven.

De grens telt mee

De Duitse grens is voor de Achterhoek geen lijn op de kaart, maar onderdeel van het dagelijks leven. Dat geldt ook voor werk. Er pendelen mensen vanuit Duitsland naar de streek en andersom. Daardoor is de arbeidsmarkt hier opener dan je misschien op het eerste gezicht denkt.

Tegelijk is er ook uitgaande pendel naar steden buiten de streek, vooral richting Arnhem en Nijmegen. Dat zijn geen Achterhoekse plaatsen, maar ze spelen wel een rol als werkbestemming voor inwoners uit bijvoorbeeld Doetinchem of Doesburg. Juist daardoor wordt duidelijk hoe eigen de regionale arbeidsmarkt is: de Achterhoek staat niet los van de omgeving, maar houdt wel een duidelijk eigen profiel.

De korte reisafstanden binnen de streek blijven daarbij opvallend. Veel mensen werken dicht bij huis. Dat past bij een regio met veel middelgrote en kleinere bedrijven, verspreid over meerdere kernen.

Economische kracht, maar niet zonder kwetsbaarheid

De Achterhoek doet economisch veel goed. De brede welvaart ligt hoog en de streek liet zien dat ze schokken kan opvangen. Toch is dat niet hetzelfde als zorgeloos vooruitkijken. Er zijn ook kwetsbare punten.

De arbeidsproductiviteit en het bruto regionaal product liggen lager dan het landelijk gemiddelde, al is er sprake van inhaalbeweging. Verder zijn de vooruitzichten per sector verschillend. In delen van de industrie en de groothandel wordt minder groei verwacht. Dat is juist relevant in een regio waar zulke sectoren zwaar meewegen.

Daar komt bij dat de arbeidsmarkt verandert. Het aantal werknemersbanen kan stijgen, terwijl het aantal zelfstandigen onder druk staat. Voor een streek met veel gespecialiseerde bedrijven en praktisch vakmanschap heeft dat gevolgen. Werkgevers moeten anders werven, anders opleiden en soms ook anders organiseren.

Dat vraagt om beleid dat past bij de streek. Een regio met veel techniek, een stevige mbo-basis en een relatief oudere beroepsbevolking heeft andere oplossingen nodig dan een grote stad met veel hoogopgeleide dienstverleners.

Landschap, erfgoed en werk lopen in elkaar over

In de Achterhoek staan economie en omgeving niet los van elkaar. Dat merk je als je door het landschap rijdt, langs bedrijventerreinen, boerderijen, oude fabriekspanden en historische kernen. Werk is hier geen los blok naast het dagelijks leven, maar er onderdeel van.

Het Nationaal Landschap Winterswijk, het DRU Industriepark in Ulft, Kasteel Huis Bergh in ‘s-Heerenberg en de kastelen rond Vorden laten elk op hun eigen manier zien hoe landbouw, industrie en erfgoed samen het karakter van de streek vormen. Musea als Museum STAAL in Almen en het Stadsmuseum Doetinchem vertellen dat verhaal verder.

Dat is niet alleen mooi voor bezoekers. Het maakt de streek ook aantrekkelijk als woon- en werkgebied. Voor bedrijven telt mee of werknemers hier willen blijven wonen. Voor jongeren telt mee of ze na hun opleiding terug willen komen. En voor nieuwe inwoners telt mee of werk, ruimte en voorzieningen goed samengaan.

Daarom gaat het bij werken in de Achterhoek niet alleen over vacatures en tekorten. Het gaat ook over de vraag hoe de streek leefbaar en aantrekkelijk blijft.

Meer dan een deel van Gelderland

De naam Achterhoek verwees ooit naar een afgelegen ligging. Inmiddels zegt die naam vooral iets over een regio met een eigen ritme en een eigen economische opbouw. De afstanden zijn kort, de grens met Duitsland speelt mee, de maakindustrie is sterk aanwezig en de vergrijzing drukt stevig op de arbeidsmarkt.

Dat maakt de streek geen eiland. Wel is het een herkenbare arbeidsmarkt op zichzelf. Wie wil begrijpen waarom werken in Gelderland niet overal hetzelfde is, hoeft alleen te kijken naar de bedrijven in Ulft, de zorgvraag in Winterswijk, de pendel rond Doetinchem of de zoektocht naar technisch personeel in Varsseveld en Groenlo. Daar wordt zichtbaar wat de Achterhoek onderscheidt.

FAQ

Waarom heeft de Achterhoek een eigen arbeidsmarkt?

Omdat de streek een andere economische opbouw heeft dan veel andere regio’s. De maakindustrie, landbouw, zorg en bouw wegen hier relatief zwaar, en de beroepsbevolking is gemiddeld ouder.

Welke sectoren zijn belangrijk in de Achterhoek?

Vooral de maakindustrie, landbouw, food, zorg, handel en bouw zorgen voor veel werk. Technische en praktische beroepen zijn daardoor sterk vertegenwoordigd.

Is er veel personeelstekort in de Achterhoek?

Ja. Vooral in zorg, onderwijs, kinderopvang, ICT, bouw en techniek is de krapte groot. Vacatures blijven daar vaak langer openstaan.

Wat doet de regio tegen die krapte?

Gemeenten, werkgevers, onderwijs en UWV werken samen. Er is meer aandacht voor vaardigheden, omscholing en leren tijdens het werk.

Speelt Duitsland een rol op de arbeidsmarkt?

Ja. De grensligging zorgt voor pendel over en weer. Daardoor is de Achterhoek ook een grensarbeidsmarkt.

Waarom blijven veel mensen dicht bij huis werken?

De afstanden in de streek zijn klein en er zijn veel bedrijven verspreid over verschillende kernen. Daardoor is werk vaak dichtbij.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *