Langs de N317 tussen Wehl en Doetinchem is de energietransitie niet langer iets uit een beleidsstuk. Wie er langsrijdt, ziet panelen liggen bij de Keppelseweg. In Winterswijk Huppel is de schaal nog groter, aan de Masterveldweg. Daar kwam in 2024 een zonnepark in gebruik dat met 61 hectare geldt als het grootste van Gelderland.
Dat zichtbare deel van de omslag roept tegelijk vragen op. Want waar laat je nieuwe opwek van stroom in een streek die zuinig is op haar landschap, landbouwgrond en dorpsranden? Juist in de Achterhoek schuurt dat snel. Niet omdat niemand duurzame energie wil, maar omdat de plek ertoe doet.
De opgave voor de Achterhoek
De discussie over windmolens en zonneparken in de Achterhoek komt niet uit de lucht vallen. In de RES Achterhoek 1.0 uit 2021 spraken gemeenten en partners af dat de regio in 2030 jaarlijks 1,35 TWh duurzame elektriciteit wil opwekken. Dat doel bleef staan in de latere uitwerking van de regionale plannen. Voor het deel dat nog niet is ingevuld, kijkt de regio nadrukkelijk naar windenergie.
Daar zit een langere lijn achter. De ambitie om als regio veel meer eigen energie op te wekken loopt al jaren mee in Achterhoekse plannen. Op papier is zo’n doel helder. In de praktijk belandt het telkens op dezelfde vraag: waar kan het wel, en waar niet?
Die afweging speelt in Doetinchem, Montferland, Winterswijk, Berkelland, Aalten en andere gemeenten. Op kaarten heet dat een zoekgebied of projectlocatie. Voor bewoners gaat het gewoon over het uitzicht, de grond naast het dorp of een weg waar ze elke dag langs fietsen.
Zonneparken: van Braamt tot Winterswijk
De zonneparken in de Achterhoek verschillen sterk in schaal en ligging.
In Braamt ligt een kleiner park op een voormalige voetbalaccommodatie. Dat maakt voor veel mensen verschil in de beoordeling. Hergebruik van een plek die al een andere functie had, roept vaak minder weerstand op dan een plan op goede landbouwgrond.
Bij Doetinchem ligt Zonnepark Keppelseweg, aan de N317 tussen Wehl en Doetinchem. De bouw begon in het voorjaar van 2024. Sindsdien is ook daar zichtbaar hoe snel een plan onderdeel van het landschap wordt.
Rond Wehl spelen nog meer plannen. Zo is Zonnepark Wehl voorzien aan weerszijden van de Bahrseweg, ten noorden van het dorp. Ook bij de Heislagseweg en Nieuwestraat zijn ontwikkelingen genoemd. Zulke plannen maken duidelijk dat de discussie niet over één locatie gaat, maar over een stapeling van projecten in dezelfde omgeving.
In Winterswijk Huppel is de schaal het grootst. Het zonnepark aan de Masterveldweg beslaat 61 hectare en werd in 2024 officieel in gebruik genomen. Daarmee kreeg de regio er in één keer een opvallend groot project bij.
Niet elk plan haalt het. In Aalten wees de gemeenteraad een plan aan de Wikkerinkweg af. De reden was helder: de locatie lag op landbouwgrond die de raad daarvoor niet wilde opofferen. Dat besluit past in een bredere lijn in de streek. Veel discussie gaat niet over zonne-energie op zichzelf, maar over de vraag of akkers de juiste plek zijn.
Daarom klinkt ook vaak een ander geluid: benut eerst daken van bedrijven, stallen en andere grote gebouwen beter, voordat weilanden en bouwland in beeld komen.
Windenergie ligt gevoeliger
Bij windenergie is het beeld in de Achterhoek minder uitgewerkt dan bij zon. Er zijn bestaande molens, verkenningen en zoekgebieden, maar minder projecten die al echt ver in procedure zijn.
Een van de bekendste plannen is Windpark Doetinchem, bij Landgoed Keppel in de omgeving van de Barlhammerweg. Daar wordt gedacht aan vier of vijf turbines met een tiphoogte van ongeveer 230 meter. Bij dit project speelt ook lokaal eigendom mee. Voorstanders zien dat als manier om de lusten en lasten eerlijker te verdelen. Tegenstanders vinden vaak dat financiële deelname de bezwaren over landschap of leefomgeving niet wegneemt.
In Berkelland zit Windpark Avinkstuw nog in een vroege fase. De locatie kwam naar voren uit ruimtelijke verkenningen en beleid. Dat betekent nog niet dat het project er ook komt, maar wel dat het gebied op de kaart staat.
Op regionaal niveau zijn in de RES zoekgebieden voor wind aangegeven. Dat zijn nog geen definitieve locaties. Ze laten vooral zien waar de regio mogelijkheden ziet. In Bronckhorst gaat het bijvoorbeeld om een gebied in de omgeving van De Meene, Wolfersveen en Halle-Heide. Daar is gesproken over ruimte voor enkele turbines.
Aan de rand van de Achterhoek staat al langer Windpark Hagenwind, in de omgeving van Aalten en Lichtenvoorde. Dat park maakt de discussie concreet, omdat bewoners daar niet over een tekening praten maar over bestaande molens en de vraag of vernieuwing of uitbreiding wenselijk is.
Winterswijk koos jarenlang een andere koers. De gemeente hield een moratorium op windmolens aan. Dat werd later opgeheven, maar de terughoudendheid bleef. In Winterswijk wegen zorgen over het landschap zwaar, zeker omdat delen van de gemeente binnen het Nationaal Landschap Winterswijk vallen. Daardoor ligt de nadruk daar eerder op zon dan op wind.
Waarom de weerstand soms snel oploopt
Wie alleen naar de cijfers kijkt, begrijpt maar een deel van het verhaal. In de Achterhoek gaat het debat net zo goed over vertrouwen en zeggenschap.
Dat zie je vooral terug bij participatie. Bewoners willen vroeg weten wat er speelt, welke ruimte er nog is om mee te praten en of een plan echt nog kan veranderen. Zodra het gevoel ontstaat dat de grote lijnen al vaststaan, neemt het wantrouwen toe. Dan gaat het gesprek niet meer alleen over energie, maar ook over de manier waarop besluiten worden genomen.
In Oude IJsselstreek bleek eerder hoe snel dat kan omslaan in protest. Daar speelde onvrede over de betrokkenheid van bewoners een duidelijke rol. Ook onjuiste informatie hielp het debat niet vooruit. Als feiten en geruchten door elkaar lopen, wordt het lastig om nog een nuchter gesprek te voeren.
De plek van een project blijft intussen de kern. Een zonnepark op landbouwgrond roept andere reacties op dan panelen op een oud terrein of langs infrastructuur. En een windmolen van ruim tweehonderd meter hoog wordt door omwonenden heel anders beleefd dan een rij panelen achter een houtwal.
Landschap, gezondheid en woningen
In de Achterhoek is het landschap geen bijzaak. De afwisseling van akkers, houtwallen, erven en open stukken bepaalt hoe dorpen en buurtschappen aanvoelen. Daarom gaat het bij bijna elk energieproject ook over inpassing.
In Winterswijk is dat extra scherp. Daar leeft de zorg dat hoge turbines het karakter van het landschap aantasten. Voor veel inwoners is dat geen abstract argument. Zij kijken naar het gebied waar ze wonen, wandelen of werken en vragen zich af hoeveel verandering nog past.
Bij windprojecten komen daar andere zorgen bij. Omwonenden noemen geluid, slagschaduw en mogelijke gevolgen voor hun gezondheid. Ook de waarde van woningen wordt vaak genoemd. Niet iedereen beoordeelt die risico’s hetzelfde, maar het zijn wel de punten die in bijna elk lokaal debat terugkomen.
Voorstanders wijzen er dan weer op dat de regio de stroom ergens moet opwekken en dat wind veel meer elektriciteit levert dan zon op dezelfde oppervlakte. Tegenstanders leggen de nadruk op de gevolgen voor de leefomgeving en vinden dat de druk te veel bij dezelfde dorpen en buitengebieden terechtkomt. Juist omdat beide kanten met begrijpelijke argumenten komen, lopen discussies vaak hoog op.
De uitvoering is ook een probleem
Zelfs als een plan politiek overeind blijft, is de uitvoering niet vanzelfsprekend. Het volle stroomnet speelt de regio parten. Netcongestie is daarmee niet alleen een technisch woord, maar een praktisch obstakel. Nieuwe projecten kunnen soms niet of pas later worden aangesloten.
In Aalten werd dat de afgelopen tijd nadrukkelijk benoemd. Dat maakt de afweging nog lastiger. De regio houdt vast aan haar doelen voor duurzame opwek, maar de ruimte op het net is beperkt. Daardoor kan een project dat op papier haalbaar lijkt, in de praktijk vastlopen.
Tegelijk blijft de druk bestaan om de resterende opgave in te vullen. Omdat zon op veel plekken al is benut of omstreden raakt, komt wind sneller in beeld. En juist daar zit de meeste maatschappelijke weerstand.
Daarmee schuift de discussie steeds heen en weer tussen ambitie en aanvaardbaarheid. De ene kaart laat zien waar nog ruimte lijkt. Het gesprek in een dorpshuis laat vooral zien wat die ruimte in het dagelijks leven betekent.
De energietransitie krijgt hier een gezicht
Wie de Achterhoek doorkruist, ziet inmiddels op meerdere plekken hoe de energietransitie vorm krijgt. Bij de Bahrseweg in Wehl, langs de Keppelseweg bij Doetinchem, op een oud sportterrein in Braamt en aan de Masterveldweg in Winterswijk. Dat zijn geen losse stippen meer. Het zijn plekken waar beleid, landschap en dagelijks leven samenkomen.
Daarom blijft het debat over windmolens en zonneparken in de Achterhoek voorlopig actueel. Niet omdat de streek per se tegen verandering is, maar omdat hier steeds opnieuw wordt gevraagd wat een passende plek is. En wie daarover mag meebeslissen.
FAQ
Waar liggen bekende zonneparken in de Achterhoek?
Onder meer in Braamt, bij de Keppelseweg tussen Wehl en Doetinchem en aan de Masterveldweg in Winterswijk Huppel.
Waar zijn plannen voor windmolens in de Achterhoek?
Er zijn plannen of verkenningen bij Landgoed Keppel in de gemeente Doetinchem, bij Avinkstuw in Berkelland en in een zoekgebied in Bronckhorst.
Waarom is er weerstand tegen zonneparken?
Vooral plannen op landbouwgrond roepen discussie op. Veel bewoners vinden dat daken en bestaande terreinen eerst beter benut moeten worden.
Waarom zijn windmolens omstreden?
Omwonenden maken zich zorgen over geluid, slagschaduw, het landschap en de waarde van woningen. Voorstanders wijzen juist op de grote opbrengst van windenergie.
Wat is het doel van de regio?
De Achterhoek wil in 2030 jaarlijks 1,35 TWh duurzame elektriciteit opwekken, zoals afgesproken in de regionale energiestrategie.
Wat belemmert nieuwe projecten?
Een belangrijk knelpunt is netcongestie. Het stroomnet zit op veel plekken vol, waardoor aansluiting van nieuwe projecten lastig is.

Geef een reactie