Langs de randen van Doetinchem, Aalten en veel kleinere kernen is het de laatste jaren goed te zien: hier een oud terrein dat verandert, daar een paar straten erbij aan een dorpsrand, verderop woningen op een plek waar eerst iets anders zat. Wie door de Achterhoek rijdt, ziet geen ene grote uitbreidingswijk die alles bepaalt. Het verhaal van de woningbouw zit juist in de optelsom van veel kleinere plannen.
Dat past bij de streek. De Achterhoek bestaat uit steden, dorpen en buurtschappen die sterk op hun eigen kern zijn gericht. Mensen willen vaak in hun eigen plaats blijven wonen, dicht bij familie, school, werk of vereniging. Daarom is nieuwbouw in de Achterhoek zelden alleen een kwestie van aantallen. Het gaat ook over de vraag of starters in Zelhem kunnen blijven, of ouderen in Beltrum kleiner kunnen wonen en of er in Varsseveld of Aalten genoeg aanbod bijkomt.
Waar nu gebouwd wordt in de Achterhoek
Wie de actuele nieuwbouwlocaties naast elkaar legt, ziet hoe breed de woningbouw in de Achterhoek is verspreid. In Doetinchem gaat het onder meer om Dr. Huber Noodt en Stadscentrum Noord. In Varsseveld is De Kempe in beeld. In Aalten speelt De Poort van Aalten.
Daarnaast lopen of spelen er plannen in plaatsen als Kilder, Zelhem, Megchelen, Beltrum, Haarlo, Groenlo, Meddo, Almen en Hengelo (Gld). Dat zijn heel verschillende plekken, met elk hun eigen schaal. Het ene project gaat om inbreiding in een dorpskern, het andere om herontwikkeling of een uitbreiding aan de rand van een plaats.
Juist die spreiding valt op. De meeste bouw zit niet op één plek geconcentreerd. De regio kiest in de praktijk voor veel kleinere projecten, verdeeld over steden en dorpen. Dat sluit aan bij hoe de Achterhoek in elkaar zit. Plaatsen als Borculo, Ruurlo, Vorden, Eibergen, Neede, ‘s-Heerenberg, Ulft, Dinxperlo, Bredevoort en Lichtenvoorde hebben allemaal hun eigen woonvraag. Daar wordt lokaal op gereageerd.
Wie vraagt waar nu het meest wordt gebouwd, komt daardoor niet uit bij één simpel antwoord. Doetinchem heeft als grotere kern een duidelijke rol. Tegelijk is de woningbouw in de Achterhoek juist zichtbaar in de breedte: in veel gemeenten, op veel kleinere locaties tegelijk.
Doetinchem trekt aandacht, maar het hele netwerk telt mee
In Doetinchem is de beweging goed zichtbaar. Dat is logisch. De stad heeft meer voorzieningen, werk en onderwijs dan veel omliggende plaatsen en trekt daardoor ook meer woningvraag aan. Projecten als Dr. Huber Noodt en Stadscentrum Noord laten zien dat er in de stad echt wordt gebouwd en herontwikkeld.
Maar wie alleen naar Doetinchem kijkt, ziet maar een deel van het verhaal. De kracht van de Achterhoek zit in het netwerk van kernen. In Berkelland zijn Beltrum en Haarlo voorbeelden van plekken waar woningbouw speelt. In Oude IJsselstreek hoort Varsseveld daarbij. In Bronckhorst gaat het onder meer om Zelhem en Hengelo (Gld). In de gemeente Aalten is De Poort van Aalten een concreet project. In Montferland is Kilder een voorbeeld van een kern waar gebouwd wordt.
Dat patroon is niet toevallig. De streek is niet gegroeid rond één dominante stad, maar rond veel plaatsen die hun eigen gemeenschap hebben gehouden. Daardoor voelt woningbouw hier vaak heel direct. Niet als een abstract regionaal dossier, maar als iets dat in een dorp meteen merkbaar is. Komen er huizen bij voor jongeren? Is er plek voor senioren? Blijven voorzieningen overeind als er nieuwe bewoners bijkomen?
De schaal van de woningbouwopgave
Achter de losse projecten zit een grotere opgave. In de Woondeal 2025-2034 staat dat er 15.110 woningen bij moeten komen in de regio. In de Regionale Woonagenda 2023-2030 ligt de bandbreedte op 8.390 tot 11.500 woningen.
Dat zijn forse aantallen voor een regio die niet op één plek bouwt, maar verspreid over veel kernen. Daarbij gaat het niet alleen om hoeveel huizen er bijkomen. Er zijn ook afspraken gemaakt over betaalbaarheid. Minimaal 60 procent van de nieuwbouw moet betaalbaar zijn. Daarbinnen is 28 procent sociale huur voorzien. Woningcorporaties hebben daarin een eigen rol, met 2.331 sociale huur- en middenhuurwoningen.
Dat maakt ook duidelijk waarom een klein project in een dorp meetelt. Een plan in Haarlo of Beltrum lijkt op papier misschien bescheiden naast een centrumontwikkeling in Doetinchem. Voor de plaats zelf kan het precies het verschil maken. Een paar woningen extra kunnen ervoor zorgen dat jongeren niet weg hoeven of dat ouderen in hun eigen omgeving kunnen blijven wonen.
Wat er al is gebouwd
De woningbouw in de Achterhoek staat niet alleen op papier. In de periode 2022 tot en met 2024 zijn 2.854 woningen gerealiseerd. Dat is 111 procent van het doel voor die periode.
Dat is opvallend, zeker in een tijd waarin woningbouw op veel plekken last heeft van stijgende kosten, procedures en beperkte ruimte. In 2024 verhuurden corporaties daarnaast 1.400 betaalbare huurwoningen. Daarmee wordt zichtbaar dat betaalbaarheid in deze regio geen bijzaak is.
Dat is ook goed te begrijpen. In de Achterhoek gaat het vaak om mensen die niet per se naar een andere stad willen verhuizen, maar in hun eigen omgeving iets zoeken dat past bij hun levensfase en inkomen. Starters zoeken een eerste woning. Ouderen zoeken iets kleiners of gelijkvloers. Werkgevers kijken intussen ook naar huisvesting voor werknemers. Al die vragen komen samen op dezelfde woningmarkt.
Waarom de bouw zo verspreid is
De veelkernigheid van de Achterhoek is de belangrijkste verklaring voor het huidige bouwbeeld. Anders dan in regio’s waar één stad de groei opvangt, wordt hier op veel plekken tegelijk gewerkt aan kleinere plannen. Dat heeft voordelen. Dorpen en steden kunnen woningen toevoegen op een manier die past bij hun schaal. Ook helpt het om voorzieningen op peil te houden.
Tegelijk vraagt die aanpak veel afstemming. Gemeenten werken regionaal samen, maar hebben elk hun eigen situatie. Doetinchem heeft een andere opgave dan Winterswijk. Beltrum is niet te vergelijken met Aalten. En een plan in een kleine kern vraagt vaak iets anders dan een binnenstedelijke herontwikkeling.
Daarom is woningbouw in de Achterhoek bijna altijd maatwerk. De ene plek heeft ruimte aan de rand van het dorp. De andere plek zoekt vooral naar inbreiding. Weer ergens anders komt een voormalige schoollocatie of een oud terrein beschikbaar. Dat maakt het beeld versnipperd, maar niet willekeurig.
Waar het schuurt
Dat er veel gebeurt, betekent niet dat alles vanzelf gaat. In het oosten van de Achterhoek spelen Natura 2000-gebieden een rol bij de ruimte voor woningbouw. Dat geldt onder meer voor delen van de gemeenten Winterswijk, Oost Gelre en Aalten. Daar kunnen regels rond natuur invloed hebben op tempo en mogelijkheden.
Daarnaast blijft betaalbaarheid een punt van aandacht. De vraag naar woningen is breed. Starters, senioren, gezinnen en werknemers zoeken allemaal woonruimte. Als het aanbod achterblijft, loopt de druk op de markt verder op. Dat merken mensen direct in wachttijden, prijzen en het beperkte aantal woningen dat vrijkomt.
Er is ook een verschil in perspectief. Voorstanders van bouwen wijzen erop dat nieuwe woningen nodig zijn om dorpen leefbaar te houden en jongeren vast te houden. Tegelijk zijn er bewoners die kritisch kijken naar de schaal van plannen, verkeersdruk of de inpassing in het landschap. In de Achterhoek speelt die afweging vaak nadrukkelijk mee, juist omdat veel projecten dicht op bestaande kernen zitten.
Welke plaatsen nu opvallen
Als je kijkt naar de plekken waar nu concrete activiteit is, springt Doetinchem eruit. Dat komt door de omvang van de stad en door de zichtbare projecten als Dr. Huber Noodt en Stadscentrum Noord. Aalten valt op met De Poort van Aalten. Varsseveld is in beeld met De Kempe.
Daarnaast zijn er veel dorpen en kleinere kernen waar woningbouw op dit moment zichtbaar is of in voorbereiding is, zoals Zelhem, Kilder, Megchelen, Beltrum, Haarlo, Groenlo, Meddo, Almen en Hengelo (Gld). Dat maakt duidelijk dat de nieuwbouwlocaties in de Achterhoek niet in één gemeente of op één kaartvakje zijn samen te vatten.
Wie zoekt naar het huidige zwaartepunt van de woningbouw in de Achterhoek, komt dus uit bij twee dingen tegelijk. Aan de ene kant zijn er grotere kernen, met Doetinchem voorop. Aan de andere kant is er een breed lint van kleinere projecten in dorpen en kleine steden. Precies die combinatie typeert de regio.
FAQ
In welke plaats in de Achterhoek wordt nu het meest gebouwd?
Doetinchem valt het meest op door meerdere concrete locaties en de rol van de stad binnen de regionale woningbouwopgave.
Welke dorpen hebben nu actieve nieuwbouwprojecten?
Voorbeelden zijn Zelhem, Kilder, Megchelen, Beltrum, Haarlo, Meddo, Almen en Hengelo (Gld). Ook Varsseveld heeft een concreet project.
Hoeveel woningen moeten er in de Achterhoek bijkomen?
Volgens de Woondeal 2025-2034 gaat het om 15.110 woningen. De Regionale Woonagenda 2023-2030 noemt 8.390 tot 11.500 woningen.
Hoeveel woningen zijn er al gerealiseerd?
In de periode 2022 tot en met 2024 zijn 2.854 woningen gerealiseerd. Dat is 111 procent van het doel voor die jaren.
Waarom wordt er in de Achterhoek op veel plekken tegelijk gebouwd?
Omdat de regio uit veel kernen bestaat. Woningbouw sluit daardoor vaak aan op de behoefte van een dorp of stad zelf, in plaats van op één grote uitbreidingslocatie.
Wat remt de woningbouw in delen van de Achterhoek?
Onder meer regels rond Natura 2000 kunnen invloed hebben op tempo en mogelijkheden, vooral in het oosten van de regio.

Geef een reactie