Het Bergherbos: hoe ontstond dit bosgebied bij ’s-Heerenberg?

Het Bergherbos: hoe ontstond dit bosgebied bij ’s-Heerenberg?

Tussen Zeddam en Stokkum verandert de Achterhoek ineens van houding. De weg gaat omhoog, het bos sluit zich om je heen en achter elke bocht lijkt het landschap net anders te liggen. Wie het Bergherbos alleen kent als wandelgebied, mist een groot deel van het verhaal. Onder die bomen ligt een geschiedenis die begint in de ijstijd en daarna telkens een nieuwe laag kreeg.

Hoe het Bergherbos ontstond

De basis van het Bergherbos werd gelegd in de voorlaatste ijstijd. In die periode duwde landijs de bodem op tot een stuwwal. Zo ontstond het reliëf dat dit deel van Montferland nog altijd typeert. Voor de Achterhoek is dat opvallend, want veel plekken in de streek zijn opener en vlakker.

Dat hoogteverschil zie je hier overal terug. De Hettenheuvel, tussen Zeddam en Kilder, ligt op 93 meter boven NAP en geldt als het hoogste punt van Gelderland buiten de Veluwe. Ook de Hulzenberg bij Stokkum steekt duidelijk boven de omgeving uit. Vanaf de uitkijktoren daar wordt meteen zichtbaar hoe bijzonder dit landschap is opgebouwd: hellingen, bosvakken, akkers en dorpen die tegen de rand van de stuwwal liggen.

De naam Bergherbos verwijst naar Bergh en naar ‘s-Heerenberg. Daarmee is de band met de geschiedenis van de streek meteen duidelijk. Bos en landgoedontwikkeling zijn hier al eeuwen met elkaar verweven.

Vroeg gebruik van het bos en de gronden

Lang voordat mensen hier kwamen wandelen of fietsen, had het gebied al een praktische functie. In de vroege middeleeuwen werd in deze omgeving ijzer gewonnen uit zogeheten klapperstenen of oerijzerhoudende afzettingen. Dat gebeurde in een streek waar grondstoffen schaars waren en waar men gebruikte wat de bodem gaf.

Later speelden ook de marken een rol. Gemeenschappelijke gronden werden door markegenoten beheerd en gebruikt. Dat gold in grote delen van de Achterhoek voor heide, bos en woeste grond, en het Bergherbos past in die traditie. Het was dus geen afgesloten natuurgebied, maar een werklandschap waar mensen hout haalden, vee lieten grazen en de grond benutten.

Uit bronnen blijkt dat het bos in de late middeleeuwen al expliciet wordt genoemd. Daarmee komt het ook in beeld binnen de bestuurlijke geschiedenis van Bergh. De heren en later graven van Bergh hadden grote invloed op het gebied rond ‘s-Heerenberg, en dat werkte door in het beheer van de omliggende gronden.

Van gebruiksbos naar productiebos

Bossen blijven niet vanzelf zoals ze zijn. Eeuwenlang werd hier intensief gebruikgemaakt van hout en grond. Dat had gevolgen voor de kwaliteit van het bos. In de vroegmoderne tijd raakte het gebied op delen verarmd. Dat beeld zie je ook elders in oude bosgebieden: als hout, plaggen en begrazing lang de boventoon voeren, verandert de samenstelling snel.

Gaandeweg verschoof het karakter van het gebied meer richting productiebos. Naaldhout kreeg daarbij een grotere plaats, vooral omdat het economisch bruikbaar was. Dat betekende niet dat het hele landschap zijn historische betekenis verloor, maar wel dat opbrengst lange tijd zwaarder woog dan variatie in soorten of natuurlijke ontwikkeling.

Toch bleef het Bergherbos meer dan een bos voor houtproductie. Juist in en rond dit gebied liggen plekken die laten zien hoe dicht natuur en geschiedenis hier op elkaar zitten.

Sporen van macht, recht en bewoning

Bij Zeddam ligt de Motte Montferland, een kunstmatig opgeworpen heuvel waarop ooit een burcht stond. Die motte geldt als de grootste van Nederland. Het is een tastbare herinnering aan een tijd waarin hoogte niet alleen een landschappelijk gegeven was, maar ook militair en bestuurlijk van belang.

Bij Stokkum ligt de Galgenberg. Die naam verwijst naar de vroegere functie als executieplaats. Zulke plekken maken duidelijk dat dit bosgebied niet los te zien is van de geschiedenis van rechtspraak, gezag en bewoning in Montferland.

Ook Huis Bergh in ‘s-Heerenberg hoort bij dat verhaal. Het kasteel vormde eeuwenlang een machtscentrum in de streek. Het bos lag daar niet toevallig naast, maar maakte deel uit van hetzelfde historische landschap.

De invloed van Huis Bergh en Jan van Heek

Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde er veel. Een belangrijk moment was de aankoop van Huis Bergh en het omliggende landgoed door Jan van Heek. Daarmee kwam ook het bosbeheer in een andere fase terecht.

Onder zijn invloed verschoof de aandacht geleidelijk van puur opbrengstgericht bos naar een gevarieerder gebied. Dat ging niet van de ene op de andere dag, maar het markeert wel een omslag. Er kwam meer oog voor landschappelijke samenhang en voor de kwaliteit van het bos als geheel.

Die ontwikkeling werkt nog altijd door in hoe mensen het gebied ervaren. Wie nu door het Bergherbos loopt, ziet geen strak productieperceel, maar een afwisselend landschap met loofbos, hoogteverschillen, open randen en historische plekken.

Oorlogssporen in het Bergherbos

Tussen de bomen liggen ook resten van een veel recenter verleden. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden bij Stokkum en Beek Duitse loopgraven en bunkers aangelegd. Dat is bijzonder, omdat zulke militaire sporen in Nederland maar op weinig plaatsen zo zichtbaar zijn gebleven.

Het gaat om een stelsel van tientallen betonnen bunkers en bijbehorende verdedigingswerken. Een deel daarvan kwam later op Nederlands grondgebied te liggen door grenscorrecties na de Tweede Wereldoorlog. Zo kreeg het gebied er een extra historische laag bij: niet alleen natuur en landgoedgeschiedenis, maar ook grensgeschiedenis.

Wie goed kijkt, ziet die sporen nog steeds. Ze liggen niet los in het landschap, maar maken er inmiddels deel van uit. Voor wandelaars zijn het stille herinneringen aan een tijd waarin deze rustige bosrand een militaire betekenis had.

Natuurbeheer en recreatie

Het grootste deel van het Bergherbos is in beheer bij Natuurmonumenten. Een kleiner deel behoort tot Stichting Huis Bergh. Sinds het natuurbeheer hier meer nadruk kreeg, verschoof het accent verder van houtproductie naar variatie, herstel en recreatief gebruik.

Over de exacte oppervlakte lopen cijfers uiteen, afhankelijk van de afbakening. Duidelijk is in elk geval dat het om een groot aaneengesloten bosgebied gaat, deels tot aan de Duitse grens en in verbinding met het landschap richting Elten.

In en rond het bos wordt gewerkt aan gevarieerder loofbos, open overgangen en soortenrijke akkers. Die akkers horen net zo goed bij het gebied als de hellingbossen. Ze zorgen voor ruimte voor insecten, akkervogels en planten die in een dichte bosrand weinig kans krijgen.

Daarmee is het Bergherbos nu niet alleen een natuurgebied, maar ook een plek waar veel mensen uit Montferland en de rest van de Achterhoek naartoe gaan om te wandelen, fietsen of paardrijden.

Bronnen, heuvels en bekende plekken

Wie het gebied bezoekt, merkt al snel dat water en hoogte hier samen optrekken. Bij Beek ligt het brongebied van ‘t Peeske. Dat is voor veel bezoekers een bekend startpunt voor een wandeling. Het water komt hier dicht aan de oppervlakte en dat past bij het reliëf van de stuwwal.

Ook De Sprung, in de buurt van Stokkum en richting Elten, laat zien hoe bijzonder deze overgang van hoog naar laag is. Zulke bronnen geven het landschap iets eigens. Ze maken zichtbaar dat het bos niet alleen op hoogte ligt, maar ook voortdurend water afgeeft aan de omgeving.

De Hulzenberg met de uitkijktoren trekt veel bezoekers, net als de routes langs oude loopgraven en de paden richting de Motte Montferland. Voor kinderen is er speelnatuur, en voor minder mobiele bezoekers is bij ‘t Peeske een toegankelijk pad aangelegd. Zo heeft het gebied in de loop van de tijd steeds meer functies gekregen, zonder dat het zijn historische karakter helemaal verloor.

Een landschap dat blijft veranderen

Het Bergherbos oogt oud, maar het staat niet stil. Beheer, recreatie, natuurherstel en erfgoedzorg lopen hier door elkaar heen. Dat levert soms ook spanning op. De een ziet graag meer rust en natuurontwikkeling, de ander wil historische sporen beter zichtbaar maken of recreatieve voorzieningen uitbreiden. Beide wensen zijn begrijpelijk, juist omdat dit gebied meerdere betekenissen tegelijk heeft.

Wat overeind blijft, is de samenhang van het geheel. Hier komt de ontstaansgeschiedenis van de stuwwal samen met middeleeuws grondgebruik, de invloed van Huis Bergh en de zichtbare resten van oorlog en grensverlegging.

Wie bij ‘t Peeske het bronwater ziet, op de Hulzenberg over de boomtoppen kijkt of bij Stokkum een bunker tussen het groen ontdekt, merkt dat het Bergherbos niet uit één tijdlaag bestaat. Het is een landschap waarin de Achterhoek op een paar vierkante kilometer verrassend veel geschiedenis laat zien.

FAQ

Hoe is het Bergherbos ontstaan?

Het bos ligt op een stuwwal die in de voorlaatste ijstijd is gevormd toen landijs de bodem opstuwde.

Waar ligt het Bergherbos precies?

Het gebied ligt in Montferland, tussen onder meer ‘s-Heerenberg, Beek, Zeddam en Stokkum, vlak bij de Duitse grens.

Wat is het hoogste punt van het Bergherbos?

De Hettenheuvel is met 93 meter boven NAP het hoogste punt in het gebied.

Zijn er nog oorlogssporen te zien?

Ja. In het bos liggen nog Duitse loopgraven en bunkers uit de Eerste Wereldoorlog, vooral in de omgeving van Stokkum en Beek.

Wat is de Motte Montferland?

Dat is een opgeworpen heuvel bij Zeddam waarop vroeger een burcht stond. De motte geldt als de grootste van Nederland.

Wie beheert het Bergherbos?

Het grootste deel is in beheer bij Natuurmonumenten. Een kleiner deel hoort bij Stichting Huis Bergh.


Geplaatst

in

door

Tags:

Reacties

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *